Gouda – Braun en Hogenberg, 1574-1618

GEZICHT OP HET 16E-EEUWSE GOUDA “Goude” kopergravure uit de Civitates Orbis Terrarum, uitgegeven tussen 1572-1618 vervaardigd door Georg Braun en…

Lees verder

GEZICHT OP HET 16E-EEUWSE GOUDA

Goude” kopergravure uit de Civitates Orbis Terrarum, uitgegeven tussen 1572-1618 vervaardigd door Georg Braun en Frans Hogenberg. Later met de hand gekleurd. Afm. (prent) ca. 18 x 48,5 cm.

Gouda was rond 1600 een “volkrijke en vermakelijke stad, van buiten met wijde en diepe grachten versterkt en binnen met fraaie straten en heerlijke huizen versierd, in het bijzonder aan de beide zijden van de haven, de Gouwe en het marktveld. Door de goede ligging -er varen immers schepen uit Holland, Brabant, Zeeland en andere gewesten langs- is er volop te eten. Uit de doorvaart van schepen haalt de stad haar meeste welvaart. De lucht is er zeer zoet en gezond, beter dan in veel andere steden. Ze bleef van de besmettelijke pestzieke van 1573 vrijwel verschoond omdat het water van de stad met de eb en vloed van de IJssel dagelijks tweemaal wordt ververst. ”

Tot het begin van de Tachtigjarige Oorlog in 1568 heeft Gouda een belangrijke handel in bier. “Er waren meer dan driehonderdvijftig brouwerijen. Ze verkochten hun bier naar Zeeland, Brabant, Vlaanderen en andere plaatsen. Het beste en voornaamste bier was het ‘Goudtsche Kuyt’, bekend om z’n koelheid en gezondheid, overal in hoge achting en geen beter te bekomen.”

“In deze stad wordt ook veel met vlas gehandeld, hetgeen men hier zuivert en opmaakt.” De lakenindustrie was er welvarend.

“Men zegt ook dat er geen stad is in Holland waar jonge bomen en boomgaarden, meer en beter worden geteeld en geënt dan aan de buiten singel van deze stad, die rondom met tuinen en kwekerijen van ooftbomen versierd is. De vruchten worden door heel Holland en verder gelegen landen met grote winst vervoerd.”

Op de voorstelling staat rechts van de haveningang nog het kasteel van Gouda “welke in het jaar 1577 met toestemming van de magistraten en kapiteins van de burgerij is afgebroken”, met uitzondering van de Charteroren (die in 1808 werd gesloopt).

De Civitates Orbis Terrarum wordt beschouwd als de vroegste systematische stedenatlas. Hoewel het geen echte voorlopers had, bleek het werk direct in een behoefte te voorzien, omdat het sociale, politieke en economische leven van die periode zich afspeelde in de steden. Het werd een van de bestsellers van de late zestiende eeuw. De zes delen waaruit het werk bestond, verschenen tussen 1572 en 1618; alleen het eerste deel vermeldt echter bovenstaande titel. Georg Braun (1541-1622), kanunnik van de kathedraal van Keulen, schreef het voorwoord bij de eerste vijf delen en ook de begeleidende tekst op de versozijde van de plattegronden en stadsaanzichten. Veel materiaal voor dit stedenboek is afkomstig van de Antwerpse cartograaf Abraham Ortelius. Diens in 1570 verschenen Theatrum Orbis Terrarum, heeft in een aantal opzichten model gestaan voor de Civitates.

Simon van den Neuvel (Novellanus), Frans Hogenberg en (zijn zoon?) Abraham Hogenberg graveerden de koperplaten naar ‘op bestelling’ gemaakte tekeningen van onder anderen de Antwerpse schilder Joris Hoefnagel, zijn zoon Jacob Hoefnagel en Heinrich Rantzau. Niet alle platen in de Civitates zijn echter speciaal voor dit werk gemaakt. Een aantal is nagetekend van reeds bestaande plattegronden en stadsaanzichten, onder meer uit Sebastian Münster’s Cosmographia en Lodovoco Guicciardini’s Descrittione di tutti i Paesi Bassi. In veel gevallen, zoals ook bij de afbeelding van Gouda zijn de tekeningen verlevendigd door er menselijke figuren aan toe te voegen. Dit diende een tweeledig doel: niet alleen werd zo de mogelijkheid geboden de gewoontes en kleding van de inwoners te laten zien, het voorkwam ook dat de Turken tijdens hun veroveringstochten gebruik maakten van de stadsaanzichten, aangezien hun godsdienst het afbeelden van personen niet toestond.

Prijs VERKOCHT