Zeeslag bij Duins – Salomon Savery naar Abraham de Verwer, 1651

“Zeeschlach in Duyns door Marten Harpers Tromp den 21 October Anno 1638” ets vervaardigd door Salomon Savery naar ontwerp van…

Lees verder

Zeeschlach in Duyns door Marten Harpers Tromp den 21 October Anno 1638” ets vervaardigd door Salomon Savery naar ontwerp van Abraham de Verwer, afkomstig uit Isaak Commelin’s “Frederick Hendrick van Nassauw, Prince van Orangien, zijn leven en bedrijf”, uitgegeven in 1651. Afm. (plaatrand): 27,8 × 64,4 cm.

De Spanjaarden konden tijdens de Tachtigjarige Oorlog door een Franse blokkade de Zuidelijke Nederlanden niet over land bevoorraden. De poging om dit over zee te doen, mondde uit in de Zeelag bij Duins (EN: The Down) aan de zuidkust van Engeland.

De Spaanse oorlogsvloot, onder bevel van Antonio de Oquendo, begeleidde de transportschepen; het hele konvooi had 77 vaartuigen. De Nederlandse oorlogsvloot, onder Maarten Harpertsz. Tromp, was ongeveer 95 schepen groot. Bovendien beschikten de Nederlanders over tien branders.

Een eerste poging via zee mislukte omdat Tromp in september 1638 dertien kleinere schepen onderschepte. De Spanjaarden stuurden een grotere vloot om de blokkade te breken. De Tweede Armada ging in oktober bij de rede van Duins voor anker. De Spaanse admiraal wachtte op een ogenblik om door te breken.

Hij kreeg deze mogelijk niet. Maarten Tromp viel op 31 oktober met zijn vlaggenschip Aemilia de Spaanse vloot aan. Een twintigtal Spaanse schepen liep op de kust aan de grond en werd door de plaatselijke bevolking geplunderd. De resterende schepen probeerden door te breken in de richting van Duinkerken, maar deze poging mislukte. De schepen werden door Johan Evertsen onderschept. Spanje verloor die dag meer dan 15.000 man en een zestigtal schepen.

Tromp paste tijdens de strijd als eerste in de geschiedenis een formele slaglinietactiek toe. Hij kruiste in de lij steeds de baan van de Spaanse vloot, zodat al zijn schepen om beurt vuur konden afgeven op de sterkste Spaanse schepen. Die raakten zo zwaar beschadigd dat het moreel van de armada brak.

Hoewel de Staatse vloot de slag had gewonnen, waren er ook schaduwzijden: de Spanjaarden brachten later met Engelse schepen 15.000 soldaten naar de Zuidelijke Nederlanden. Bovendien waren de kapers in Duinkerken in de jaren die volgden actiever dan ooit.

De voorstelling toont de zeeslag tussen de Spaanse vloot en de Staatse vloot. Links op de spiegel gezien het admiraalsschip van Tromp de Aemilia naast de Spaanse Santa Teresa die in brand staat. Rechts op de voorgrond een brandend schip en sloepen met bemanningsleden, rechts de veroverde Spaanse schepen. Op de achtergrond de Engelse kust bij Dover tussen Romney en Margate.

Literatuur: Frederik Muller, “De Nederlandsche geschiedenis in platen”, p. 251, nr. 1804.

Prijs: VERKOCHT