Zuidelijk Afrika – Guillaume Delisle, 1718-1726
€475
ZUIDELIJK AFRIKA, CONGO EN MADAGASKAR, 1718–1726
“Carte du Congo et du Pays des Cafres” [Kaart van Congo en het land van de Cafres], kopergravure vervaardigd door Guillaume Delisle, uitgegeven te Parijs januari 1708, hier in een editie uit 1718–1726 (de jaren dat Delisle zich “Premier Geographe du Roy” mocht noemen). In de tijd met de hand gekleurd. Afm. 48 × 61 cm.
Deze grote kaart omvat vrijwel geheel Afrika ten zuiden van de evenaar, van de Atlantische kust van Congo en Angola tot Mozambique en de Indische Oceaan, en zuidwaarts tot Kaap de Goede Hoop. In het oosten zijn tevens Madagaskar, de Comoren en verschillende eilanden van de westelijke Indische Oceaan weergegeven. Het binnenland is verdeeld in talrijke koninkrijken en gebieden, waaronder Congo, Angola, Benguela, Monomotapa en Monoemugi. De historische term “Pays des Cafres” werd door Europese geografen destijds gebruikt voor uitgestrekte, nog weinig bekende gebieden van zuidelijk en zuidoostelijk Afrika.
De kaart laat fraai zien hoe ongelijk de Europese geografische kennis van Afrika aan het begin van de achttiende eeuw was. De kustgebieden, die door Portugese, Nederlandse en andere Europese zeevaarders al lange tijd werden bezocht, zijn relatief nauwkeurig weergegeven en voorzien van talrijke plaatsnamen. Rond Kaap de Goede Hoop zijn ook de Nederlandse vestigingen aangegeven. Naarmate men verder het binnenland ingaat, worden de gegevens schaarser en vermengen betrouwbare berichten zich met oudere geografische tradities en onzekere reisverslagen.
Juist hierin onderscheidde Guillaume Delisle (1675–1726) zich van veel zeventiende-eeuwse voorgangers. Hij probeerde overgeleverde geografische voorstellingen kritisch te toetsen aan recente reisberichten en astronomische waarnemingen. Zo liet hij het traditionele, op Ptolemaeus teruggaande stelsel van grote binnenlandse meren en de ‘Bergen van de Maan’ als bronnen van de Nijl grotendeels achterwege. Tegelijkertijd bleef het onbekende binnenland aanleiding geven tot speculatie. Midden op de kaart ligt bijvoorbeeld een groot naamloos meer, waarvan Delisle uitdrukkelijk vermeldt dat het is geplaatst op grond van berichten van Afrikanen. Verder naar het zuiden loopt de imposante bergketen van de Montagnes de Lupata, op de kaart omschreven als de “Échine du Monde”: de ‘ruggengraat van de wereld’, een vermeende uitgestrekte bergketen in het binnenland van zuidoostelijk Afrika, die op vroegmoderne Europese kaarten een veel grotere omvang kreeg dan de werkelijk bestaande berggebieden rond de Zambezi rivier.
Prijs: 475,-


