Leiden – Joan Blaeu, 1649

€2.150

LEIDEN OP HET HOOGTEPUNT VAN ZIJN 17DE-EEUWSE BLOEI, 1649

“LUGDUNUM BATAVORUM vernacule Leyden” [Lugdunum Batavorum, in de volkstaal Leiden], kopergravure uitgegeven te Amsterdam door Joan Blaeu in 1649, als onderdeel van zijn “Novum ac Magnum Theatrum Urbium Belgicae Liberae ac Foederatae”. In de tijd met de hand gekleurd en met goud en zilver gehoogd. Verso: Latijnse tekst over Leiden. Afm. 42 × 53,7 cm.

Deze rijk uitgevoerde stadsplattegrond toont Leiden kort na de vijfde stadsvergroting van 1644, op een moment dat de stad een ongekende economische en demografische bloei doormaakte. Blaeu geeft de dichtbebouwde stad in vogelvlucht weer, omringd door wallen, bastions, stadspoorten en de brede singelgracht. De kaart vormt daarmee een bijzonder nauwkeurig tijdsbeeld van Leiden vijf jaar na de uitbreiding van 1644 en tien jaar vóór de volgende grote stadsuitleg van 1659.

Hoewel Leiden in de Staten van Holland in bestuurlijke zin de vierde stad was, na Dordrecht, Haarlem en Delft, was zij rond het midden van de zeventiende eeuw naar inwonertal na Amsterdam de grootste stad van Holland. Die spectaculaire groei was in de eerste plaats te danken aan de textielnijverheid. De komst van vele gespecialiseerde arbeiders en ondernemers uit de Zuidelijke Nederlanden had de Leidse laken- en andere textielindustrie sterk doen groeien. Rond 1640 was minstens de helft van de bevolking bij de textielproductie betrokken. De in 1640 geopende Laecken-Halle, het centrum voor keuring en handel van het Leidse laken, staat op Blaeu’s kaart prominent in de legenda vermeld.

Daarnaast had de in 1575 gestichte universiteit Leiden tot een internationaal centrum van wetenschap, boekdrukkunst en uitgeverij gemaakt. Volgens de overlevering schonk Willem van Oranje de stad haar universiteit als beloning voor haar standvastigheid tijdens het Spaanse beleg van 1574. De stichting had echter ook een praktisch doel: de jonge Republiek had dringend behoefte aan eigen juristen, artsen en protestantse theologen.

Het oudste Leiden ontwikkelde zich rond de Burcht, die midden op de kaart duidelijk herkenbaar is. Op deze kunstmatige heuvel, strategisch gelegen bij de samenvloeiing van Oude en Nieuwe Rijn, stond aanvankelijk een houten versterking. Deze werd in de twaalfde eeuw vervangen door een stenen ringmuur. Vanuit dit gebied groeide de nederzetting onder meer langs de zuidelijke Rijndijk, de huidige Breestraat.

Opvallend in het stadsbeeld is het ontbreken van één groot centraal marktplein. De handel concentreerde zich in plaats daarvan langs de Rijnarmen, op kades, bruggen en verbrede straten. Blaeu brengt dit fijnmazige netwerk van grachten, straten en stegen zeer gedetailleerd in beeld. Aan weerszijden van de kaart staan uitvoerige legenda’s met in totaal 149 genummerde straten, gebouwen en andere locaties. Links bovenaan prijkt het wapen van Holland, rechts het stadswapen van Leiden.

De Latijnse titel “Lugdunum Batavorum” weerspiegelt de in de zestiende en zeventiende eeuw gangbare opvatting dat Leiden de voortzetting was van het door klassieke schrijvers genoemde Romeinse Lugdunum. Tegenwoordig denken we daar anders over: het Romeinse Lugdunum wordt in de omgeving van Katwijk gezocht.

Rechtsonder draagt Blaeu de kaart op aan het stadsbestuur: “PRAETORI, CONSULIBUS, SCABINIS, Totique Senatui, Urbis Lugdunobatavae“. Oftewel aan de schout, burgemeesters, schepenen en de gehele vroedschap van Leiden. De kaart was dus niet alleen een nauwkeurige stadsplattegrond, maar tevens een fraaie weergave van de macht, welvaart en stedelijke trots van Leiden.

Prijs: Euro 2.150,-