Brazilië, Hollandse verovering van Pernambuco – Wenceslaus Hollar + Johannes Janssonius, 1657
€1.250
HOLLANDSE LANDING BIJ OLINDA EN RECIFE
“Olinda de Phernambuco.” Ets vervaardigd door Wenceslaus Hollar, uitgegeven te Amsterdam door Johannes Janssonius in 1657, als deel van “Civitates orbis terrarum. Illustriorum Hispaniae urbium tabulae”. Later met de hand gekleurd. Afm. 32,2 × 47,2 cm.
Deze samengestelde prent is gebaseerd op de vierbladige wandkaart die Claes Jansz. Visscher in 1630 uitgaf naar aanleiding van de Hollandse verovering van Pernambuco onder generaal Hendrick Corneliszoon Loncq en kolonel Diederik van Waerdenburch. De drie voorstellingen verbinden de militaire expeditie bij Olinda en Povo (de havennederzetting van het latere Recife) met de suikerproductie, de economische inzet van de onderneming.
Boven toont een panorama de kust bij Povo en Olinda. Het logement van generaal is Loncq aangeduid, terwijl vlak daarbij rook opstijgt uit suikerpakhuizen die volgens de legenda “door de Spanjaarden verbrand” waren. Ook verbrande en gezonken schepen herinneren aan de terugtocht van de verdedigers. De voorstelling brengt daarmee verschillende fasen van de gebeurtenis samen: de vernietiging van voorraden en vaartuigen door de terugtrekkende Iberische bezetting én de vestiging van het Nederlandse hoofdkwartier in Povo.
Onder ontvouwt zich de operatie als een tactisch overzicht. Helemaal rechts worden de Nederlandse soldaten aan land gezet; van daar trekt een colonne langs het strand in de richting van Olinda. Links ligt de vloot voor Povo, waarvan de bebouwing in brand staat. Kustlijn, riffen, forten, stranden en nederzettingen markeren het terrein van de aanval.
De afzonderlijke inzet “Saccharariae molae”(suikermolen) toont de verwerking van suikerriet. Het riet wordt gesneden en van bladeren ontdaan, naar de pers gedragen, tussen de rollen geperst en vervolgens in grote ketels gekookt en gezuiverd. Daarna wordt het in potten of vormen overgebracht, te harden gezet, verpakt en vervoerd.
Aan de achterzijde wordt Pernambuco in het Latijn bezongen als “het paradijs van geheel Brazilië”, gevolgd door een overwinningsrelaas van de expeditie van 1630. De tekst spreekt daarbij steeds van “Spanjaarden”: in 1630 maakte Portugal nog deel uit van de Iberische Unie onder de Spaanse kroon.
“In 1630 brachten de Hollanders deze plaats, samen met een groot deel van de kapiteinschappen, onder hun gezag, onder bevel van generaal Hendrick Corneliszoon Loncq en kolonel Diederik van Waerdenburch. Toen zij met oorlogstuig waren aangekomen en 2101 soldaten en 699 zeelieden aan land hadden gezet, vielen zij eerst de Spaanse infanterie en ruiterij aan die zij bij de Rio Doce aantroffen. Door de heftigheid van de aanval dwongen zij hen tot de vlucht; allen trokken zich terug in de omliggende bossen en verborgen zich daar.
Nadat zij deze troepen hadden verslagen, rukten zij in goede orde op naar de stad. Onderweg ontmoetten zij een tweede Spaanse afdeling, die zij eveneens onmiddellijk uiteensloegen. Toen Van Waerdenburch zag dat de vijand geleidelijk terugweek, verdeelde hij zijn soldaten in drie afdelingen. Na Gods hulp te hebben ingeroepen, viel hij de stad op drie plaatsen tegelijk aan en nam haar zonder veel weerstand in.
Daarna richtte hij zich op de nog resterende, sterkere plaatsen, met het voornemen die zowel te land als ter zee aan te vallen. Eerst bestookte hij Fort Sint-Joris, het Landkasteel, met geschut. Toen de Spaanse soldaten inzagen dat zij in het nauw waren gebracht en geen hulp konden verwachten, capituleerden zij.
Terwijl deze overgave plaatsvond, werden de soldaten van het Zeefort, het Forte de São Francisco da Barra, door een trommelslager tot overgave opgeroepen. Geschrokken vroegen zij om drie dagen uitstel, totdat zij via hun gouverneur Albuquerque zouden vernemen wat hun te doen stond. Maar door dreigementen geïntimideerd droeg hun bevelhebber, Manuel Pacheco de Aguiar, nog diezelfde dag, om vijf uur in de middag, deze zeer sterke en vrijwel onneembare plaats aan de Hollanders over.
De Hollanders dankten God voor deze onverwachte overwinning en namen op 3 maart de door haar inwoners verlaten nederzetting Povo in. Zo ontrukten zij in korte tijd, zonder veel bloedvergieten of aanzienlijk verlies aan eigen zijde, de sterkste plaatsen en de vruchtbaarste streek aan de handen van de Spanjaarden. Moge de zeer genadige God hun vergunnen deze nog vele eeuwen in vrede te bezitten.”
De in de tekst genoemde landing is op de onderste voorstelling geheel rechts gemarkeerd.
Toen Johannes Janssonius de prent in 1657 in zijn stedenatlas opnam, was deze slotwens al door de gebeurtenissen ingehaald. De WIC had Pernambuco en haar overige Braziliaanse bezittingen in 1654 aan Portugal verloren. Portugal had zich bovendien in 1640 al van de Spaanse kroon losgemaakt. De tekst op de keerzijde was dus niet bijgewerkt, maar herhaalt een ouder Hollands overwinningsrelaas.
Juist dat maakt de prent interessant. De Nederlandse Republiek was kort daarvoor (in 1648) als soevereine staat erkend. Aangenomen mag worden dat Johannes Janssonius de gebeurtenis gebruikte om het nationale zelfbeeld te versterken.
Prijs: Euro 1.250,-






