Vluchtelingen komen aan in Amsterdam – naar J.C. Schotel, 1825
€250
DE WATERSNOOD VAN 1825 – AMSTERDAM NEEMT VLUCHTELINGEN OP
“Aankomst der Noord-Hollandsche Vlugtelingen te Amsterdam op den 5 February 1825”. Lithografie vervaardigd door Alexandre Joseph Boens naar een tekening van Johannes Christiaan Schotel, gebruikt als illustratie in Johannes Coenraad Beijer’s “Gedenkboek van Neerlands watersnood, in Februarij 1825”. In de tijd met hand gekleurd. Afm. (blad) 26 x 31,3 cm.
De stormvloed van 3–5 februari 1825 geldt als een van de zwaarste natuurrampen van de 19e eeuw in Nederland. Het was een klassiek voorbeeld van een noordwesterstorm die tegen een hoge vloed instuwde, waardoor het water in de Zuiderzee, Waddenzee en aansluitende wateren gevaarlijk steeg. Op veel plaatsen bereikte het waterstanden die men sinds de Sint-Pietersvloed van 1651 niet meer had gezien.
Noord-Holland werd bijzonder zwaar getroffen, met grote schade in Waterland en West-Friesland. Duizenden huizen liepen schade op of werden geheel weggeslagen. De polders overstroomden in enkele uren tijd; het vee verdronk massaal.
“Van alle zijden kwamen de ongelukkigen naar de hoofdstad gevlucht, meest in kleine schuiten, met het hoognodige voorzien, doch vaak zonder eenig goed dan het leven alleen gered.”
“De Stad zelve, alsmede verscheidene Instellingen van Weldadigheid, openden hare gebouwen voor de ongelukkigen. Verscheidene stadspakhuizen, het Burgerweeshuis en het Buitengasthuis werden voor hunne herberg geopend.”
“Velen konden niet naar hunne woonplaatsen terugkeeren, wijl het water nog lange weken op de landerijen stond en vele woningen ingestort of onbewoonbaar waren.”
Literatuur: Frederik Muller (1863-1882), De Nederlandsche geschiedenis in platen : beredeneerde beschrijving van Nederlandsche historieplaten, zinneprenten en historische kaarten, p. 126, nr. 6220/1b.
Prijs: Euro 250,-


