Kabeljauw (Gadus Callarias) – Markus Elieser Bloch, 1782-1795
€350
DE OOSTZEE KABELJAUW (DORSCH)
“Gadus Callarias / Der Dorsch / La Dorse / The Dorsch” (plaat 63), kopergravure vervaardigd door Ludwig Schmidt naar een tekening van Krüger jr., voor Markus Elieser Bloch’s Allgemeine Naturgeschichte der Fische, uitgegeven in Berlijn tussen 1782 en 1795. In de tijd met de hand gekleurd. Afm.: 19 × 38 cm.
Volgens Bloch in zijn Allgemeine Naturgeschichte der Fische, een twaalfdelig, fraai geïllustreerd standaardwerk over vissen: “Deze vis wordt regelmatig aangetroffen in de Oostzee, waar hij van nature thuishoort. Hij trekt de rivieren op voor zover het water nog met zeewater vermengd is. In Pommeren, bij Rügenwalde, wordt hij het hele jaar door gevangen, maar het meest in juni; eveneens bij Travemünde, Öland, Götaland, Bornholm, niet ver van Lübeck, in Pruisen en in Lijfland, waar hij in grote hoeveelheden voorkomt. In Groenland zijn de herfst en het voorjaar de beste seizoenen voor de visserij; verder noordwaarts, tot aan de Finse Golf en richting Sint-Petersburg, is hij vrijwel geheel verdwenen. De kabeljauw wordt gevangen in baaien, langs de kusten en bij riviermondingen, niet alleen met lijnen, die doorgaans ’s avonds worden uitgezet, maar ook met netten, en wordt gelokt met allerlei kleine vissen. De Groenlanders gebruiken hiervoor in de herfst en het voorjaar de zeeschorpioen; in de winter hakken zij gaten in het ijs en lokken de vis met glanzende stukjes lood en glazen kralen. Hun lijnen maken zij van gespleten balein of van de huid van de baardrob. Deze vis heeft wit, bijzonder mals vlees, dat smakelijker is dan dat van andere soorten uit deze familie en dat ook door zwakke en zieke mensen goed wordt verdragen.
De kabeljauw wordt gekookt in zout water en gegeten met mosterd en bruine boter, maar ook met azijn, citroenzuur en olie uit de Provence; op dezelfde wijze levert hij ook goed voedsel wanneer hij gebakken wordt. Bij de IJslanders wordt hij gezouten, gedroogd en ‘Titteling’ genoemd.”
Blochs arbeid aan de Allgemeine Naturgeschichte der Fische nam een aanzienlijk deel van zijn leven in beslag en wordt beschouwd als een fundament van de ichthyologie. De publicatie werd mogelijk gemaakt door een groot aantal intekenaren en kende al snel vijf edities in het Duits en Frans. Bloch bracht weinig of geen wijzigingen aan in de systematische indeling van Peter Artedi en Carl Linnaeus, al was hij geneigd enkele aanpassingen door te voeren op basis van de bouw van de kieuwen. Aan het aantal reeds vastgestelde geslachten voegde hij negentien nieuwe toe en hij beschreef 276 soorten die tot dan toe onbekend waren voor de wetenschap, waarvan vele afkomstig waren uit de meest afgelegen delen van de oceaan en die door hun schitterende kleuren of bijzondere vormen zowel bewondering wekten bij het grote publiek als nieuwsgierigheid bij wetenschappers.
Markus Elieser Bloch (1723-1799) wordt beschouwd als de belangrijkste ichthyoloog van de achttiende eeuw.
Prijs: Euro 350,-


