Amsterdam – bloemenmarkt aan de Nieuwezijds Voorburgwal, ca. 1824-1826
€2.450
DE BLOEMENMARKT AAN DE NIEUWEZIJDS VOORBURGWAL, CA. 1825
“Vue du Marché aux fleurs, & d’une partie du Palais Royal à Amsterdam”, ets en aquatint vervaardigd ca. 1824–1826 door Frederik Christiaan Bierweiler naar een tekening van Cornelis de Kruyff, uitgegeven te Amsterdam door Frans Buffa & Zonen. In de tijd met de hand gekleurd. Afm. (afbeelding): 42 × 58 cm.
Een levendig gezicht op de Amsterdamse bloemenmarkt aan de nog ongedempte Nieuwezijds Voorburgwal, gezien in noordelijke richting. Langs de kade hebben handelaren hun bloemen, planten en jonge boompjes uitgestald. Potten en manden staan in rijen op de grond, terwijl verkopers hun waren aanbieden aan een bont gezelschap van wandelaars en klanten. Op de achtergrond verheft zich het Koninklijk Paleis op de Dam, het voormalige stadhuis.
De bloemenmarkt werd gehouden op de Sint-Luciënwal, een gedeelte van de Nieuwezijds Voorburgwal. Al in de zeventiende eeuw was dit een belangrijke plaats voor de handel in bloemen, planten, bloembollen en bomen. Veel van de waren werden over het water aangevoerd (zie ook het bootje rechts): kwekers en handelaren konden met hun schuiten vrijwel tot aan de markt varen. Bloemen, bloembollen, planten en zaden kwamen uit verschillende tuinbouwgebieden in Holland, waaronder de streek rond Haarlem en plaatsen als Noordwijk en Rijnsburg. Voor jonge bomen en struiken was Amsterdam onder meer aangewezen op de kwekerijen van Boskoop, Beverwijk en Alkmaar.
In 1862 verdwenen de bloemen- en bomenmarkt van de Nieuwezijds Voorburgwal en verhuisden zij naar het Singel tussen Koningsplein en Muntplein. Daaruit ontwikkelde zich de huidige Amsterdamse Bloemenmarkt. De Nieuwezijds Voorburgwal zelf bleef nog ruim twintig jaar een gracht; pas in 1884 werd het water gedempt.
De aantrekkelijkheid van de prent ligt niet alleen in het topografische beeld, maar ook in het uitvoerige portret van het dagelijkse stadsleven. De Kruyff bevolkte de markt met bloemenverkopers, kinderen, bedienden en modieus geklede burgers, zodat het geheel bijna het karakter van een genreschildering krijgt. Vooral de elegante bezoekers vormen een fraai modebeeld van de jaren 1820. De vrouwen dragen lange, wijde japonnen met een inmiddels weer naar de natuurlijke taille afdalende gordellijn, hooggesloten lijfjes en steeds breder wordende mouwen. Vrouwen dragen pijpekrullen rond het hoofd en een knot, gedragen met een bonnet of luifelhoed. Het mannelijke silhouet is vrouwelijk: men draagt een korset en opvulling om een smalle taille en brede borst te krijgen. Het haar is lang en warrig of gekruld. Op het hoofd wordt vooral de hoge (kachelpijp)hoed gedragen. Zo is de prent tegelijk een stadsgezicht, marktscène en momentopname van het de Amsterdamse burgerij rond 1825.
Frederik Christiaan Bierweiler (Amsterdam 1783 – na 1831) was als graveur in zijn geboortestad werkzaam en vervaardigde zowel geëtste als gegraveerde prenten. De negentiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf Christiaan Kramm roemde hem als “een bekwaam kunstenaar, die het schraapijzer meesterlijk te hanteren wist”.
Provenance: verkocht door Simon Emmering 21 oktober 1983 voor Hfl. 5.500,-
Prijs: Euro 2.450,- (incl. lijst)




