Neurenberg – Georg Christoph Eimmart + Jacob Sandrart, 1667

4.500

DE VRIJE RIJKSSTAD NEURENBERG NA DE DERTIGJARIGE OORLOG

S[acri] R[omani] Imperii Liberae Civitatis Norimbergensis Vers[us] Plagam Orientale Aspectus.” [Aanzicht van de vrije stad Neurenberg van het Heilige Roomse Rijk, naar het Oosten.] Kopergravure op 4 gemonteerde bladen vervaardigd door Georg Christoph Eimmart en uitgegeven in 1667 door Jacob Sandrart. Afm. 28,5 x 135  cm.

Monumentaal panorama van Neurenberg, gezien vanuit het oosten. De stad strekt zich in een lange, lage horizon over de volle breedte van de prent uit. Rechts van het midden verheft zich de burcht boven de stad en langs de horizon staan talrijke poorten, kloosters, torens, kerken en belangrijke gebouwen.

De eigenlijke stad is weergegeven achter een breed voorland van akkers, weiden, boomgaarden, waterlopen en landwegen. Op de voorgrond lopen reizigers, boeren en veehoeders; karren, wandelaars en kleine groepjes figuren verlevendigen het landschap. Dat maakt de prent meer dan een profiel van muren en torens: Eimmart toont Neurenberg als stedelijk centrum in een economisch en agrarisch ommeland. De stad is omgeven door haar poorten en muren, maar tegelijk verbonden met de voorsteden, wegen, waterwerken en buitenplaatsen die haar dagelijks functioneren mogelijk maakten.

Neurenberg was in de late middeleeuwen en vroege 16de eeuw een van de machtigste vrije rijkssteden van het Heilige Roomse Rijk. De stad was beroemd om haar handel en hoogwaardig ambacht: boekdrukkers, graveurs, edelsmeden, bronsgieters, wapensmeden en instrumentmakers werkten er voor een markt die ver buiten Franken reikte. In de 15de en 16de eeuw beleefde zij een uitzonderlijke bloeiperiode als centrum van de Duitse renaissance, verbonden met namen als Albrecht Dürer, Veit Stoß, Adam Kraft, Peter Vischer de Oudere en Hans Sachs.

Rond 1667 lag die grote renaissancebloei echter al achter de stad. De Dertigjarige Oorlog had Neurenberg zwaar getroffen. De stad probeerde tijdens het conflict haar neutraliteit te bewaren, maar kreeg te maken met inkwartieringen, oorlogsheffingen, economische verstoring en militaire druk. In 1632 werd Neurenberg bezet door het leger van de Zweedse koning Gustaaf Adolf en vervolgens belegerd door de keizerlijke veldheer Wallenstein. De bevolking daalde van ruim 45.000 inwoners vóór de oorlog tot circa 25.000 erna.

Juist tegen die achtergrond krijgt dit panorama extra betekenis. Het toont geen verwoeste of verarmde stad, maar een geordende, trotse en herkenbare Reichsstadt. De inscriptie boven het stadswapen “Civitas Imperialis Noremberga. Pacis Amabilis Virore Germinet” [Moge de rijksstad Neurenberg bloeien in de lieflijke frisheid van de vrede],  is daarbij veelzeggend. De prent viert Neurenberg als stad die, ondanks economische terugval en politieke spanning, haar identiteit als vrije rijksstad, protestants stedelijk centrum en erfgenaam van een groot cultureel verleden blijft uitdragen. (En dat terwijl Neurenberg in de 17de eeuw grote moeite had zich van de schade van de Dertigjarige Oorlog te herstellen en de stedelijke schulden opliepen.)

Georg Christoph Eimmart (1638-1705), afkomstig uit een Neurenbergse kunstenaars- en geleerdenfamilie, was bij uitstek geschikt voor zo’n opdracht. Hij was niet alleen tekenaar en graveur, maar ook astronoom. Jacob Sandrart (1630-1708), telg uit de bekende kunstenaars- en uitgeversfamilie Sandrart, was een van de meest productieve kopergraveurs van Neurenberg in de tweede helft van de 17de eeuw. Hij gold als de duurste kopergraveur van de stad.

Het resultaat van deze samenwerking: “Außer Zweifel ist dies die schönste und richtigste Abbildung von der Stadt” [Zonder twijfel is dit de fraaiste en meest nauwkeurige afbeelding van de stad.”

Onder de voorstelling maken veertig genummerde plaatsen dat de prent topografisch van links naar rechts kan worden gelezen:

1 Peterskirche – Kerk in de zuidoostelijke voorstad (bij het huidige stadsdeel St. Peter)

2 Glockenhof – In die tijd een voorstad; tegenwoordig een wijk ten zuiden/zuidoosten van de oude binnenstad.

3 Gostenhof en St.- Rochuskapelle – In die tijd een westelijke voorstad met de begraafplaats en kapel van St. Rochus.

4 Einfluß des Fischbachs und darauf gebaute Wasserkunst – Plaats waar een beek de stad bereikte en waar een waterwerk stond.

5 Spittlertor – Stadspoort aan de zuidwestzijde van de stadsmuur.

6 Kartäuserkloster – Kartuizerklooster (resten van de kloostergebouwen maken sinds 1857 deel uit van het Germanisches Nationalmuseum).

7 Frauentor – Stadspoort aan de zuidzijde van de stad (bij het huidige Hauptbahnhof-gebied).

8 St. Klara – Protestantse kerk (in de tegenwoordige Lorenzer Altstadt).

9 St. Martha – Middeleeuwse kerk bij Königstraße (tegenwoordig evangelisch-reformierte Kirche St. Martha).

10 St. Jakob – Kerk van de Duitse Orde (nog altijd een belangrijke kerk in de zuidwestelijke Altstadt).

11 Zeughaus – Het stedelijke arsenaal; opslagplaats voor wapens en militair materieel.

12 Obere Waage – Stadswaag, waar goederen officieel werden gewogen; van belang voor handel en belastingheffing.

13 Weißer Turm – Poorttoren van de oudere stadsmuur (ook tegenwoordig een van de nog herkenbare torens in de binnenstad).

14 Die Peunt – De stedelijke bouw- en werkplaats van Neurenberg (in de tegenwoordige Lorenzer Altstadt).

15 Lorenzkirche – Een van de hoofdkerken van Neurenberg

16 Kapelle am Roßmarck St. Salvator – Karmelietenkerk, later Salvatorkirche genoemd (gesloopt in 1817).

17 Barfüßerkloster – Voormalig franciscanenklooster; “Barfüßer” verwijst naar de ongeschoeide of sandalen dragende bedelorde.

18 St. Katharina – Voormalig dominicanessenklooster.

19 Wasserturm – Verdedigings- en watertoren bij de Pegnitz; onderdeel van het stedelijke water- en verdedigingssysteem.

20 Die Zwei Schuldtürme – De twee “schuldtorens” dienden als gevangenis, onder meer voor schuldenaren.

21 Heilig-Geist-Spital – Gelegen aan de Pegnitz, destijds grootste hospitaal van Neurenberg.

22 Augustinerkloster – Voormalig klooster van de augustijner-eremieten.

23 Frauenkirche – Mariakerk gelegen aan de Hauptmarkt, bekend om het “Männleinlaufen” (uurwerk) aan de westgevel.

24 Johanniskirche – Kerk en begraafplaats in de westelijke voorstad St. Johannis

25 Neutor – Poort aan de noordwestzijde van de stad, bij de route richting St. Johannis.

26 Gleißhammer – Een gehucht ten oosten van de stad (tegenwoordig een stadsdeel).

27 Sebalduskirche – Oudste grote parochiekerk van Neurenberg, gewijd aan stadspatroon Sebaldus.

28 Stadhuis.

29 Daar waar de rivier Pegnitz de stad binnenkomt

30 Dominicanenklooster.

31 Tiergärtnertor – Stadspoort bij de burcht.

32 Nürnberger Burg – Residentie van de keizer.

33 St. Egidienkirche – Kerk bij het benedictijner Schottenkloster St. Egidien.

34 Laufer Schlagturm – Toren van het binnenste Laufer Tor in de stadsmuur.

35 Fünfeckturm –  Vijfhoekige toren van de burcht.

36 Kornhaus – Korenopslag (sinds 19e-eeuw “Mauthalle”)

37 Luginsland – Hoge wachttoren bij de burcht, bedoeld om ver over het omliggende land uit te kijken.

38 Fröschturm – Stadsmuurtoren in het noordoostelijke deel stad, tevens gevangenis.

39 St. Bartholomäus – Parochiekerk van de oostelijke voorstad Wöhrd. (Wöhrd is tegenwoordig een wijk direct ten oosten van de Altstadt.)

40 Laufer Tor – Oostelijke stadspoort richting Lauf an der Pegnitz.

Prijs: Euro 4.500,-