Delft – Dirck van Bleyswijck + Pieter Mortier, 1703

12.500

MONUMENTALE KAART FIGURATIEF VAN DELFT MET STADSPROFIEL EN RANDGEZICHTEN

Kaart Figuratief van Delft”, monumentale wandkaart samengesteld uit de stadsplattegrond van Delft, gedrukt van vier koperplaten, en een selectie van de bijbehorende randprenten. De plattegrond werd vervaardigd naar de opmetingen van Jacob Spoors en tekeningen van Johannes Verkolje (1650-1693), en gegraveerd door onder anderen Johannes de Ram (1648-1693) en Coenraet Decker (1650-1685). Voor het eerst uitgegeven door Pieter Smith te Amsterdam in 1678, hier de tweede staat uit 1703, uitgegeven door Pieter Mortier. De omringende prenten werden vanaf 1678 afzonderlijk uitgegeven. Later met de hand gekleurd en in deze samenstelling gemonteerd (‘marriage’). Afm. (geheel) 128,5 × 182,5 cm.

De Kaart Figuratief behoort tot de meest ambitieuze Nederlandse stadsplattegronden van de zeventiende eeuw. Aan het project werkte een heel gezelschap van landmeters, tekenaars, graveurs, lettergraveurs en drukkers. De leiding lag bij Dirck Evertsz. van Bleyswijck (1639-1681), geschiedschrijver van Delft en vanaf 1675 burgemeester van de stad. Van Bleyswijck wilde niet eenvoudigweg een bruikbare plattegrond laten maken. Delft moest worden gepresenteerd als een welvarende, goed bestuurde en aanzienlijke Hollandse stad.

Landmeter Jacob Spoors kreeg de taak het eigenlijke kaartbeeld te vervaardigen. Hij nam de veel kleinere stadsplattegrond van Joan Blaeu uit 1649 als uitgangspunt, maar mat Delft opnieuw op en bracht de topografie bij de tijd. Dat was nodig. Zo had de Delftse Donderslag van 1654, de ontploffing van een buskruitmagazijn midden in de stad, een groot stadsdeel verwoest. Op het getroffen terrein ontstond onder meer de Paardenmarkt.

Johannes Verkolje tekende de kerken, huizen, molens en andere gebouwen. De kaart combineert daardoor de meetkundige structuur van een plattegrond met de aanschouwelijkheid van een vogelvluchtgezicht. Vrijwel ieder huis is afzonderlijk weergegeven. Niet alleen kerken, stadspoorten en openbare gebouwen zijn herkenbaar, maar ook veel kleinere bijzonderheden: binnenplaatsen, tuinen, prieeltjes, bomen, paaltjes en zelfs tuinbeelden. Delft ligt als een prachtige miniatuurstad onder de beschouwer uitgespreid.

Het noordoosten ligt boven. De stad wordt omsloten door haar wallen, bastions en grachten, terwijl buiten de vesting de verkaveling van het omringende polderland nauwkeurig is aangegeven. In de stad zelf vormen de Oude Delft, Nieuwe Delft en de andere grachten en straten een bijna tastbaar stedelijk weefsel.

Ook buiten het eigenlijke kaartbeeld werd niets aan het toeval overgelaten. Linksboven verwijst een rijk uitgewerkte allegorie naar het College van de Grote Visserij van Holland en West-Friesland, omgeven door de wapens van de belangrijke haringsteden. Bovenaan staan de oude en nieuwe wapens van Delft tussen leeuwen. Rechtsboven bevindt zich een kaart van het Hoogheemraadschap van Delfland, omgeven door voorstellingen van landbouw, jacht en visserij en de wapens van de hoofdambachten.

Rechtsonder op de plattegrond prijst Constantijn Huygens Delft in een veertienregelig gedicht. De haastige reiziger die de stad slechts passeert op weg naar Rotterdam of Delfshaven wordt aangespoord even stil te staan:

“staet wat still, Vreemdeling” en vervolgens Delft rustig te onderzoeken: “Doordelft het met gemack, en doorkeurt all’syn’ hoecken.”

Naast het gedicht tonen mannen een van de belangrijkste exportproducten van de stad: het beroemde Delftse aardewerk. Kaart, stadsbeschrijving en allegorieën dienen zo hetzelfde doel: Delft wordt niet alleen geografisch weergegeven, maar ook als centrum van handel, nijverheid en stedelijke beschaving.

De vier koperplaten van de plattegrond leverden tijdens de vervaardiging overigens aanzienlijke technische problemen op. Kopergravures werden op vochtig papier gedrukt, dat bij het drogen kromp. Daardoor sloten de vier afdrukken niet vanzelfsprekend goed op elkaar aan; bovendien bleken ook de gegraveerde voorstellingen zelf niet overal perfect door te lopen. Het samenvoegen van zo’n kaart was specialistisch werk. Het lukte de meesterplakker David Reerigh uiteindelijk toch om een acceptabel geplakte kaart te maken.

Voor de oorspronkelijke wandkaart werd de plattegrond aangevuld met een uitgebreide reeks afzonderlijk gedrukte voorstellingen. Wanneer alle onderdelen werden samengevoegd, ontstond een wanddecoratie van bijna vier vierkante meter. De randprenten werden echter ook los verspreid en konden op verschillende manieren worden gemonteerd.

Dit exemplaar is zo’n alternatief samengestelde wandkaart (‘marriage’). Niet alle oorspronkelijk voor de Kaart Figuratief vervaardigde randprenten zijn gebruikt. Rond de plattegrond is een ruime selectie gemonteerd, waardoor een compactere maar nog altijd monumentale compositie van ruim 1,8 meter breed is ontstaan.

Boven de plattegrond loopt over vrijwel de gehele breedte een fraai profiel van Delft vanuit het westen, naar ontwerp van Verkolje en gegraveerd door Coenraet Decker. De ommuurde stad strekt zich als een lang lint over de horizon uit, met de torens van de Nieuwe en Oude Kerk als belangrijkste herkenningspunten. Op de voorgrond liggen de verdedigingswerken, wegen, bomen en waterlopen.

Boven dit stadsprofiel zweven allegorische figuren. Links houden twee putti het Latijnse gedicht “Ad Spectatorem” [Aan de beschouwer] omhoog. Daarin wordt Delft geroemd om haar gebouwen, vruchtbare omgeving, kunstnijverheid en geleerdheid. Zelfs China wordt aangehaald vanwege het Delftse aardewerk, terwijl een speelse vergelijking tussen Delft en Delphi de stad in de wereld van de klassieke oudheid plaatst. In het midden blaast de Fama de lof van Delft rond; rechts bevindt zich de legenda waarmee tientallen gebouwen in het stadsprofiel kunnen worden geïdentificeerd.

Langs beide zijden zijn afzonderlijke gezichten op gebouwen en plaatsen opgenomen. Daartoe behoren in dit exemplaar onder meer afbeeldingen van de Nieuwe Kerk en de Oude Kerk en gezichten op andere openbare gebouwen als het stadhuis en het Gemeenlandshuis. Ook Delfts economische achterland komt aan bod. Zo zien we het Zeemagazijn van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Delfshaven, terwijl verder naar onderen ook Voorburg is afgebeeld.

De onderste rand verbindt Delft nog nadrukkelijker met de plaatsen langs haar waterwegen. Hier bevinden zich een gezicht op Overschie, een plattegrond van Overschie, een plattegrond van Delfshaven en een gezicht op Leidschendam. Tussen deze voorstellingen staat de gedrukte “Sommiere Beschryvinge der Stadt Delft”.

Deze korte stadsbeschrijving vertelt hoe men in de zeventiende eeuw tegen de geschiedenis en betekenis van Delft aankeek. De oorsprong van de stad wordt teruggevoerd op de Romeinse veldheer Corbulo en diens kanaal, waarna de groei van de middeleeuwse stad wordt beschreven. De grote stadsbrand van 1536 komt ter sprake, waarna Delft volgens de schrijver als een feniks nog prachtiger uit zijn as verrees. Vervolgens worden de belangrijkste bedrijfstakken geroemd: eerst de lakenindustrie, daarna de bierbrouwerij en ten slotte het bakken van het vermaarde ‘porselein’. Ook Delfshaven, de VOC, de haringvisserij en de bijzondere bestuurlijke relatie tussen Delft, Delfshaven en Overschie krijgen uitvoerig aandacht.

In 1703 besloot het Delftse stadsbestuur de succesvolle kaart opnieuw uit te geven. Voor deze tweede staat werden de oude koperplaten van de plattegrond bijgewerkt. Zo werd de uitbreiding van het Armamentarium uit 1691-1693 toegevoegd, veranderde de omgeving van de Nieuwe Kerk en verdween de Roosmolen van haar vroegere plaats op de stadswal. Daardoor toont de kaart niet één exact historisch moment: delen gaan terug op de opmetingen en tekeningen uit de jaren 1675-1678, terwijl andere details de toestand rond 1703 weergeven.

De Kaart Figuratief is daarmee veel meer dan een stadsplattegrond. Het is een zeventiende-eeuws portret van Delft: de stad in kaart gebracht, van opzij bekeken, beschreven en geprezen. Haar kerken en woonhuizen, bestuur, handel, VOC, aardewerkindustrie, waterwegen en omliggende plaatsen vormen samen één groot stedelijk zelfbeeld.

Literatuur: H.L. Houtzager, G.C. Klapwijk, H.W. van Leeuwen, M.A. Verschuyl en W.F. Weve, “De Kaart Figuratief van Delft” (1997).

Prijs: Euro 12.500,-