Utrecht – Braun & Hogenberg, 1582

850

UTRECHT IN DE EERSTE GROTE STEDENATLAS VAN DE WERELD – BRAUN EN HOGENBERG, 1582

Trajectum”, kopergravure vervaardigd door Frans Hogenberg tussen 1569-1572 voor de stedenatlas “Civitates Orbis Terrarum” uitgegeven met aan de achterzijde Latijnse tekst, (vermoedelijk) in 1582. Later met de hand gekleurd. Afm.: 33 × 47 cm.

In de 16de eeuw werd veel gereisd. Met uitzondering van de hoeveelheid pelgrims was het aantal reizigers groter dan ooit. Handelaren, studenten, ‘toeristen’ en andere avonturiers begaven zich in steeds grotere getale van de ene naar de andere plaats. Het meest aangedaan werden de steden, destijds de centra van de handel en het maatschappelijk leven. De interesse in steden was minstens zo groot als de interesse in landen en regio’s. Het is dan ook geen verrassing dat er – twee jaar na het verschijnen van de eerste moderne wereldatlas in 1570, het Theatrum orbis terrarum van Abraham Ortelius – een boekwerk op de markt kwam dat alle steden in de wereld poogde te beschrijven en af te beelden: de Civitates orbis terrarum.

Dit stedenboek zou uiteindelijk zes delen gaan tellen, met stadsplattegronden, -gezichten en -profielen van steden in Europa, Afrika, Azië en Amerika. De 363 bladen bevatten bij elkaar 543 verschillende weergaves van 475 steden.

Ofschoon de Civitates orbis terrarum gedrukt werd in Keulen, is het werk op grond van de Vlaamse stijl van graveren een typisch cartografisch product van de Zuidelijke Nederlanden. Zo was initiator Frans Hogenberg (1535-1590) niet alleen één van de graveurs van de Civitates, maar ook van Ortelius’ Theatrum. Een andere graveur, Simon van den Neuvel (Novellanus), ontving zijn opleiding in Mechelen, tot het moment dat hij uitweek naar Keulen.

De beschrijving achterop de kaart van Utrecht is van de Keulse kanunnik Georg Braun:

Utrecht wordt geprezen als een rijke en volkrijke stad, beschermd door muren, bolwerken en torens. De stad zou zich zowel tegen vijandelijke invallen als tegen wateroverlast weten te verdedigen. De bevolking drinkt bier; wijn wordt door kooplieden aangevoerd. De naam Traiectum wordt verklaard uit “traicere”, “oversteken”, omdat hier een oversteekplaats van de oude Rijn zou zijn geweest, of omdat kooplieden vaak door de stad trokken. Tegelijk wordt opgemerkt dat de Rijn niet meer rechtstreeks langs de stad stroomt, maar dat Utrecht water ontvangt via grachten en kunstmatig aangelegde kanalen.

De tekst benadrukt de schoonheid en rijkdom van de stad: fraaie particuliere huizen, indrukwekkende kapittelkerken en vooral de aan Sint-Maarten gewijde Domkerk. Ook wordt de omgeving geprezen, met vele goed gebouwde, ommuurde en welvarende plaatsen in de nabijheid. Volgens de tekst zou koning Filips II, toen hij vanaf een hoog punt de dichtheid van steden en dorpen in dit gebied zag, bijzonder verheugd zijn geweest over de vruchtbaarheid en welstand van zijn gebied.

Prijs: Euro 850,-