Nagasaki met Dejima – Baikōdō, ca. 1860

2.750

NAGASAKI MET DEJIMA AAN HET EINDE VAN HET NEDERLANDSE HANDELSMONOPOLIE

Shinsen Hizen Nagasaki zu” (新鐫 肥前長崎圖), houtsnede met originele kleuren, oorspronkelijk uitgegeven door Kōjudō (耕寿堂) te Nagasaki, hier in een herziene uitgave door Baikōdō (梅香堂), ca. 1860. Afm. (papier) 46,4 × 68,3 cm.

De kaart toont Nagasaki schuin vanuit het zuidwesten, met het noorden rechtsboven. Belangrijk is daarbij de uitgestrekte haven. Door deze ongebruikelijke oriëntatie varen de schepen als het ware horizontaal het kaartbeeld binnen. Centraal in de voorstelling ligt Dejima, het karakteristieke waaiervormige eiland waarop de Nederlanders ruim twee eeuwen hun handelspost hadden. Linksonder staan tabellen met afstanden van Nagasaki tot andere plaatsen, zowel over land als over zee.

Sinds 1641 was de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) met een factorij op Dejima gevestigd. Nadat de Portugezen uit Japan waren verdreven, vormden de Nederlanders de enige Europese handelsgemeenschap die in Japan werd toegelaten. Hun verblijf was streng gereguleerd: de handel verliep via Japanse functionarissen, de bewoners mochten Dejima slechts onder voorwaarden verlaten en het eiland was via één brug met de stad verbonden. Zo fungeerde Nagasaki meer dan twee eeuwen als het voornaamste kanaal waarlangs Europese goederen, boeken en wetenschappelijke kennis Japan bereikten.

Juist toen deze kaart werd uitgegeven, stortte dat oude systeem in. In 1853 verscheen de Amerikaanse commodore Matthew Perry met zijn ‘zwarte schepen’ bij Uraga, terwijl in datzelfde jaar de Russische gezant Jevfimi Poetjatin met zijn vloot naar Nagasaki kwam. De buitenlandse druk op het Tokugawa-shogunaat nam sterk toe. Vanaf 1854 en 1855 sloot Japan verdragen met achtereenvolgens de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Rusland en Nederland. Het eeuwenoude Nederlandse privilege was daarmee ten einde. Op de kaart verschijnen tussen de traditionele zeilschepen moderne westerse stoomschepen, niet meer van alleen de Nederlanders.

Nederland speelde in deze overgangsjaren echter nog wel een rol. In 1855 schonk koning Willem III het stoomschip Soembing aan het shogunaat. Het schip werd gebruikt bij het in hetzelfde jaar opgerichte Nagasaki Naval Training Center, waar Nederlandse marineofficieren onderwezen. In 1857 arriveerde een tweede Nederlandse instructiemissie met de marinearts Johan Pompe van Meerdervoort, die in Nagasaki westers medisch onderwijs organiseerde en uiteindelijk aan de basis stond van het in 1861 geopende eerste moderne westerse ziekenhuis van Japan.

Met de verdragen van 1858 werd de openstelling definitief. In 1859 ging Nagasaki open voor internationale handel en werd de oude Nederlandse factorij op Dejima opgeheven en omgevormd tot een Nederlands consulaat.

De kaart legt vrijwel het laatste moment vast waarop Dejima nog als afzonderlijk, waaiervormig eiland in de haven lag. In 1861 begon de eerste landaanwinning langs de randen van het eiland; in de daaropvolgende jaren werd steeds meer water rondom Dejima gedempt. Na de openstelling van Nagasaki ontstond ten zuiden van Dejima een nieuwe buitenlandse handels- en woonwijk, waar kooplieden en diplomaten uit verschillende westerse landen zich vestigden en waarin Dejima in 1866 werd opgenomen. Uiteindelijk zou de karakteristieke eilandvorm geheel uit het stadsbeeld verdwijnen.

Prijs: Euro 2.750,-