Bank of England – August Pugin, Thomas Rowlandson, Rudolph Ackermann, 1808

DE BANK OF ENGLAND: PAPIERGELD, PUBLIEK KREDIET EN FINANCIËLE STABILITEIT

The Great Hall, Bank of England”, ets met aquatint vervaardigd door Auguste Charles Pugin, Thomas Rowlandson en John Hill, uitgegeven door Rudolph Ackermann op 1 februari 1808 als deel van “The Microcosm of London“. In de tijd met de hand gekleurd. Afm. plaatafdruk: 23,1 × 27,3 cm; voorstelling: 19,5 × 25,5 cm.

De Bank of England aan Threadneedle Street was het financiële hart van Londen. In de Great Hall werden bankbiljetten uitgegeven en ingewisseld, en konden klanten deposito’s plaatsen of opnemen. Achterin een marmeren beeld van koning Willem III, de vorst onder wiens regering de Bank in 1694 haar Royal Charter verkreeg. Zijn beeld onderstreepte de nauwe band tussen de Bank, de staat en het publieke krediet van het koninkrijk.

De Bank of England was ontstaan uit acute financiële nood. Na de Glorious Revolution van 1688 raakten Willem III en Engeland verwikkeld in de Negenjarige Oorlog tegen het Frankrijk van Lodewijk XIV. De regering had dringend behoefte aan kapitaal, terwijl de traditionele kredietverlening via goudsmeden duur en onzeker was. De Schotse koopman William Paterson stelde daarom in 1694 voor dat particuliere investeerders gezamenlijk £1,2 miljoen aan de regering zouden lenen tegen 8 procent rente. In ruil daarvoor werden zij geïncorporeerd als The Governor and Company of the Bank of England, met onder meer het privilege om bankbiljetten uit te geven.

In de loop van de achttiende eeuw groeide de Bank of England uit tot een centrale instelling binnen het Britse financiële bestel: bankier van de regering, beheerder van de nationale schuld, kanaal voor staatsleningen en, in toenemende mate, bank der bankiers doordat particuliere bankiers er hun reserves aanhielden.

Via de uitgifte van bankbiljetten, het beheer van staatsleningen en het disconteren van wissels maakte de Bank kapitaal mobieler en krediet ruimer beschikbaar. Daarmee ondersteunde zij niet alleen de financiering van de Britse staat en haar oorlogen, maar ook de commerciële en industriële expansie van het land.

Toen deze prent in 1808 verscheen, bevond Groot-Brittannië zich midden in de Napoleontische oorlogen. Sinds de Bank Restriction Act van 1797, ingevoerd na een bank run die mede was veroorzaakt door de dreiging van een Franse invasie, waren bankbiljetten tijdelijk niet langer inwisselbaar tegen goud. (Deze tijdelijke maatregel bleef uiteindelijk tot 1821 van kracht.) Gedurende deze ‘Ristriction Period’ functioneerde Groot-Brittannië feitelijk met onomwisselbaar papiergeld. De verruimde uitgifte van bankbiljetten en de kredietverlening aan de staat maakten het mogelijk de kostbare oorlogvoering tegen Napoleon te blijven financieren.

Daarmee toont deze prent niet alleen een indrukwekkend bankinterieur, maar ook een ruimte waar het vertrouwen in de Britse staat dagelijks werd bevestigd. Links staan bezoekers aan de loketten, terwijl elders in de hal bankbedienden, kooplieden, stedelingen, buitenlui en zeelieden door elkaar bewegen. De oorspronkelijke tekst in The Microcosm wees op het contrast tussen de zorgelijke gezichten van de “monied interest” en de verbaasde blik van de buitenman.

The Microcosm of London; or, London in Miniature verscheen tussen 1808 en 1810 in 26 maandelijkse afleveringen van vier platen, en werd daarna gebundeld in drie foliodelen met in totaal 104 handgekleurde aquatintplaten. Het was een kostbaar en ambitieus project van Rudolph Ackermann (1764-1834), een van de belangrijkste Londense prentuitgevers van zijn tijd.

Prijs: VERKOCHT