Natuurkunde in Felix Meritis – Reinier Vinkeles, 1801
Zaal der Natuurkunde in Felix Meritis Amsterdam, ets met gravure vervaardigd door Reinier Vinkeles naar een tekening van Pieter Barbiers en Jacques Kuyper en uitgegeven in 1801 door Cornelis Sebille Roos. Afm. (plaatrand) 42,2 x 50 cm.
Het genootschap Felix Meritis (‘Gelukkig door verdiensten’) werd in 1777 opgericht door de gegoede burgerij van Amsterdam. Uit de oprichtingsacte: “Het hoofddoel der Mij is, om, bij wijze van nuttige uitspanning, door het beoefenen van kunsten en wetenschappen verstand en deugd aan te kweeken, en het gezellig verkeer onder de Leden te bevorderen. Bij alle werkzaamheden zal men vermijden al wat verschillende godsdiensten, zedelijke of staatkundige gevoelens zouden kunnen kwetsen, en zijn de bestuurders verpligt daartegen zorgvuldig te waken.”
Felix Meritis wilde dus de kunsten en de wetenschappen bevorderen, een populaire activiteit in het tijdperk van de Verlichting. De stad kende vele kleine en grote, zowel zeer chique als laagdrempelige genootschappen waar gelijkgestemde zielen elkaar konden treffen.
Het genootschap was in vijf afdelingen verdeeld: muziek, natuurkunde, koophandel, letterkunde en tekenkunde. De symbolen daarvan stonden afgebeeld op de gevel van het grote pand dat het genootschap elf jaar later opende aan de Keizersgracht. Elke afdeling had haar eigen ruimte. Er waren een gehoorzaal, een chemisch laboratorium, een tekenzaal en een observatorium in de koepel op het dak. De speciaal ontworpen natuurkundezaal bood plaats aan een groot publiek dat bijeenkwam om zich te vergapen aan de nieuwste ontdekkingen.
Men aanschouwt op de voorstelling een elektriseermachine, waarbij statische elektriciteit wordt opgewekt door het ronddraaien van twee glazen schijven. De opgewekte lading kon worden gebruikt voor spectaculaire proeven: het laten vonken van metalen objecten, het aantrekken van lichte deeltjes of het geven van kleine elektrische schokken aan toeschouwers.
Het tafereel ademt de geest van de Verlichting: kennisdeling, experiment en vooruitgang stonden centraal. De demonstratie van elektriciteit was in deze tijd niet alleen een natuurwetenschappelijke bezigheid, maar ook een cultureel spektakel dat nieuwsgierigheid en bewondering opwekte. Pas later in de 19e eeuw zou elektriciteit praktische toepassingen vinden in telegrafie, verlichting en industrie. Hier, in 1801, zien we haar nog in het stadium van verwondering en experiment – een voorbeeld van hoe wetenschap en publiek samen de grenzen van kennis verkenden.
Prijs: VERKOCHT


