Zeilwagen van prins Maurits, landjacht – Joan Blaeu, 1649

Currus veliferi Illmi. Pr. Mauritii Nassovii.” [Zeilwagen van de zeer illustere Prins Maurits van Nassau.], kopergravure uitgegeven door Joan Blaeu in 1649 als deel van diens “Toonneel der Steden van de Vereenighde Nederlanden”. Later met de hand gekleurd. Afmetingen (prent) ca. 45 x 57 cm.

Op een dag tussen 13 april en 23 mei 1602 maakte prins Maurits in gezelschap van 27 gasten een tocht met zijn zeilwagen (ook wel ‘landjacht’ genoemd) van Scheveningen naar Petten, 14 Hollandse mijlen, met prinselijk vaandel in top. Tot de inzittenden van het voertuig, dat was uitgevonden Simon Stevin, behoorden o.a. de toen 19-jarige studievriend van Frederik Hendrik, Hugo de Groot, de Franse ambassadeur in Den Haag Paul Choart de Buzanval, de bij Nieuwpoort gevangen genomen Francesco de Mendoza, generaal in het leger van aartshertog Albrecht van Oostenrijk, Ulric van Holstein, broer van de Deense koning Christiaan IV en Frederik Hendrik.

De zeilwagen kon het traject Schevingen-Petten alleen afleggen met een sterke zuidwestenwind over de smalle, vrij gladde strook zand tussen de zee en de duinen. Het voertuig kon een snelheid bereiken van meer da 50 kilometer per uur. Rechts in beeld twee ruiters in galop. Deze zullen wel zijn ingeschakeld om aan te tonen dat de wagen zich veel sneller kon verplaatsen, dan dat met een paard mogelijk was.

Links is vermoedelijk het prototype afgebeeld waarnaar de grote zeilwagen is gemaakt. Beide wagens zijn tot het einde van de achttiende eeuw in het bezit geweest van de Oranjes. In 1795 werd de kleine zeilwagen op een openbare veiling verkocht.

Blaeu gebruikte de grote gravure van Jacob de Geyn’s zeilwagen uit 1603, (noordwaarts, naar rechts rijdend) als voorbeeld voor zijn eigen prent.

Prijs: VERKOCHT