Amsterdam, verdedigd tegen de Pruisen (1787) – Cornelis van Baarsel + Dirk Meland Langeveld, 1790

1.450

AMSTERDAM VERDEDIGD TEGEN DE PRUISEN, 1787

Kaart van de omleggende plaatsen van Amsterdam …” Ets en kopergravure vervaardigd door Cornelis van Baarsel en uitgegeven door Dirk Meland Langeveld in 1790. In de tijd (?) met de hand gekleurd. Afm. (plaatrand) ca. 45,5 × 55,5 cm.

Deze kaart toont Amsterdam en het omliggende polderland tijdens de Pruisische aanval van 1787. Het kaartbeeld strekt zich uit van Halfweg en het Haarlemmermeer in het westen tot Muiden en Weesp in het oosten en van Amsterdam in het noorden tot Aalsmeer, Uithoorn en Abcoude in het zuiden. Wegen, dijken en waterlopen vormen er niet alleen het topografische geraamte van het landschap, maar ook de verdedigingslinies van de stad.

Amsterdam was in september 1787 het voornaamste resterende bolwerk van de patriotten. De politieke strijd tussen patriotten en orangisten was dat jaar tot een climax gekomen. Op 28 juni was prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van stadhouder Willem V, bij Goejanverwellesluis door een patriots vrijkorps tegengehouden. Haar broer, koning Frederik Willem II van Pruisen, eiste genoegdoening en stuurde in september een leger de Republiek binnen. Terwijl het patriotse verzet elders snel bezweek, concentreerde de verdediging zich uiteindelijk rond Amsterdam.

Het vlakke, waterrijke landschap rond de hoofdstad werd daarbij doelbewust als verdedigingsmiddel ingezet. Grote delen van de polders werden geïnundeerd. Een gestippelde lijn geeft op de kaart de omtrek van het onder water gezette gebied aan; de nummers 57 tot en met 73 wijzen de afzonderlijke openingen aan waardoor het water werd ingelaten. Daardoor bleven vooral de hogere wegen en dijken als mogelijke aanvalswegen over. Juist deze toegangen werden vervolgens met geschut, schansen en versperringen afgesloten. Het principe is hetzelfde dat ook in latere Nederlandse waterlinies zou worden toegepast: de vijand werd gedwongen zich over een beperkt aantal smalle toegangen te bewegen.

De uitvoerige „Verklaaring der Cyfers” onder de kaart registreert dit verdedigingssysteem tot in detail. Bij Halfweg, tussen de twee Haarlemmer schutsluizen, lag een batterij met drie twaalfponders (kanonnen) en twee houwitsers, beschermd door Spaanse ruiters en palissaden. Op de weg waren een verhak (boomversperring) en een gedemonteerde brug aangebracht en bij Osdorp stond achter een brug zwaar geschut opgesteld. De Koenenkade was volgens de legenda op zes plaatsen doorsneden.

Ook de toegangen vanuit het zuiden waren zwaar versterkt. Langs de Amstelveenseweg en bij herberg het Kalfje lagen ook weer verschillende schansen, batterijen, kanonnen en versperringen. Wegen en dijken waren op talrijke plaatsen doorgestoken of met verhakken versperd. Verder vermeldt de legenda traversen, uitgegraven gaten, weggenomen bruggen en borstweringen. Bij Bovenkerk stond achter een afgebroken brug een batterij met twee twaalfponders; elders lagen opnieuw batterijen achter verwijderde bruggen en doorsneden dijken.

Dezelfde aanpak is langs de Amstel en rondom Ouderkerk, Duivendrecht, Diemen, Weesp en Muiden te volgen. Kanonnen beheersten bruggen en dijken, borstweringen dekten de toegangswegen en op meerdere plaatsen waren bruggen afgebroken. Bij Weesp stond een batterij van waaruit Muiden met twee houwitsers werd beschoten.

Bijzonder waren de drijvende batterijen, bij het Kalfje zien we een „vlotte Battery” (nr. 52) bestaande uit vijf platte schuiten, ieder bezet met twee stukken. Dichter bij de stad nog een dergelijke batterij, terwijl bij de Overtoom een derde in aanleg was. De laatste vaste schans vóór Amsterdam lag eveneens bij de Overtoom en was met twee zesponders bewapend. De verdediging beperkte zich dus niet tot de landwegen en dijken: ook de waterwegen werden met geschut afgesloten.

Op 1 oktober 1787 gingen de Pruisische troepen onder de hertog van Brunswijk tot de aanval over. De gevechten concentreerden zich onder meer rond Amstelveen, Ouderkerk en de oostelijke toegangen tot de stad. Bij Amstelveen werden de patriotse stellingen langdurig beschoten; tegen het einde van de ochtend moesten de verdedigers daar wijken. Later die dag kwam ook Ouderkerk onder zware druk te staan.

De uitgebreide verdedigingswerken konden de Pruisische opmars vertragen, maar Amsterdam uiteindelijk niet behouden. De stad gaf haar verzet op en op 10 oktober werd de capitulatie getekend; Pruisische troepen bezetten vervolgens de Leidsepoort. Daarmee was ook in Amsterdam het patriotse bewind ten einde en werd het gezag van stadhouder Willem V hersteld.

Van Baarsels kaart verscheen drie jaar later en was uitdrukkelijk bedoeld, zoals de titel zegt, „ter gedachtenis van de Geschiedenis van dit zo aanmerkelyk tydstip.” De combinatie van het nauwkeurig getekende landschap met de uitvoerige legenda maakt haar meer dan een gewone kaart van Amsterdam en omgeving: zij vormt een gedetailleerd beeldverslag van de wijze waarop wegen, dijken, bruggen, waterlopen en polders in 1787 tot verdedigingswerken werden gemaakt.

Prijs: Euro 1.450,-