Groningen – Carel Allard, 1697

650

Dominii Groningae nec non maximae partis Drentae” [Het gebied van Groningen, alsmede het grootste deel van Drenthe]. Met inzetkaartje van de eilanden in de Waddenzee “Caerte van de Groeninger Eylanden ende Watte”. Kopergravure vervaardigd door Carel Allard in 1697. In de tijd met de hand gekleurd. Afm. 47 x 56 cm.

De kaart is “novissima delineato” [opnieuw getekend], maar is een nauwkeurige kopie van een kaart die Nicolaes Visscher in 1664 op de markt had gebracht. Visscher op zijn beurt had zich weer gebaseerd op een kaart van Frederik de Wit uit 1663. Wel hebben alle edities van de kaart verschillende cartouches. Op het cartouche van Allard zien we een uitgebreid tafereel met de tweekoppige adelaar in het wapen van Groningen en dat wat het land voortbrengt (turf, kaas, honing, vee), evenals een hoorn des overvloeds die door een putto lijkt te worden leeg gestort.

Na de reductie van Groningen in 1594, waarbij de stad zich aansloot bij de Republiek der Verenigde Nederlanden, vormden stad en Ommelanden samen de provincie Stad en Lande. In de tweede helft van de zeventiende eeuw was deze politieke eenheid nog relatief jong en niet zonder spanningen: de stad Groningen behield een dominante positie ten opzichte van de Ommelanden, wat regelmatig tot conflicten leidde over bestuur, rechtspraak en belastingheffing. Deze machtsverhoudingen liggen impliciet besloten in het cartografische beeld, waarin de stad prominent als centraal knooppunt is weergegeven.

Tegelijkertijd had Groningen een uitgesproken strategische functie als noordelijke grensprovincie van de Republiek. De nabijheid van het prinsbisdom Münster en Oost-Friesland maakte het gebied kwetsbaar voor invallen. Dit bleek onder meer tijdens het beruchte “Rampjaar” 1672, toen de bisschop van Münster, Bernhard von Galen (“Bommen Berend”), Groningen belegerde. De stad wist stand te houden, waarna de vestingwerken verder werden versterkt en het omliggende landschap in militaire zin werd georganiseerd. De talrijke schansen, linies en waterwerken die op de kaart zichtbaar zijn, maken deel uit van dit defensieve systeem.

Economisch gezien werd het landschap in deze periode ingrijpend getransformeerd door de systematische vervening. Grote delen van het zuidoosten van de provincie en aangrenzend Drenthe werden ontgonnen voor turfwinning, een essentiële brandstof voor de stedelijke economie van Holland. De rechte kanalen en wijken die het veengebied doorsnijden — op de kaart duidelijk herkenbaar als een geometrisch netwerk — dienden zowel voor de afvoer van turf als voor ontwatering en kolonisatie. Nieuwe nederzettingen ontstonden langs deze kanalen, wat leidde tot een geleidelijke verschuiving van een middeleeuws cultuurlandschap naar een planmatig ingericht agrarisch landschap.

Prijs: Euro 650,-