Holland – Gerard Mercator + Jodocus Hondius, 1585/1606
€975
VROEGE KAART VAN HET GRAAFSCHAP HOLLAND
“Hollandt Comitatus Utricht Episcop(atus)”, kopergravure vervaardigd door Gerard Mercator in 1585 naar het ontwerp van Jacob van Deventer, uitgegeven door Jodocus Hondius in 1606 als deel van de “Atlas sive Cosmographicae Meditationes de Fabrica Mundi et Fabricati Figura” [Atlas, of kosmografische beschouwingen over de schepping van de wereld en de vorm van het heelal]. Later met de hand gekleurd. Afm. 34,5 x 47,5 cm.
Op de achterzijde van de kaart wordt het gebied uitvoerig (in het Latijn) beschreven:
Sommigen leiden de naam “Holland” af van de grote hoeveelheid bossen en wouden; want hout en bos noemen wij door elkaar holt en hout, zodat Holland zou betekenen: een bosrijke streek. Men zegt immers dat het gehele gebied van Holland vroeger dicht begroeid was.
Anderen menen dat de naam van een holte afkomstig is, alsof men Hol-land zegt. Het hele land is namelijk moerassig en wijkt onder de druk van de voeten.
Weer anderen denken dat Holland eigenlijk Hoylandia heette, naar het vele hooi.
De geleerde Hadrianus Junius (1511-1575) geeft echter een andere verklaring. Volgens hem is Holland een kolonie van een Gotisch of Deens volk, evenals Zeeland. De Denen en Noormannen zouden hun eilanden in de Oostzee, namelijk Öland en Sjælland, hebben verlaten en zich hier hebben gevestigd, waarbij zij hun nieuwe land naar hun vaderland Holland en Zeeland noemden.
Het land wordt aan de westzijde begrensd door het Mare Britannicum (de Noordzee), aan de noordzijde door het Mare Cimbricum (de Noordzee bij Jutland en Denemarken); vanuit het oosten opent een brede zeestraat zich naar Friesland; naar het zuidoosten grenzen Transiselania (Overijssel) en Veluwe, en naar het zuiden het gebied van Utrecht.
De omtrek bedraagt ongeveer zestig mijlen. De breedte is zeer gering, want vanuit het midden van het land kan een reiziger in ongeveer drie uur de uiterste grenzen bereiken; zelfs van daaruit kan men enerzijds de Noordzee en anderzijds de Zuiderzee bereiken, zodat de breedte soms niet eens een mijl bedraagt (“Holland op z’n Smalst”).
Dit land bezit vruchtbare akkers die overvloedig en rijkelijk graan voortbrengen. Toch zijn deze, in zo’n klein gebied en in een streek die nauwelijks ergens dichter bevolkt is, nauwelijks toereikend om zulk een menigte mensen te voeden.
De rijkdom aan weiden is echter buitengewoon: daardoor worden ontelbare kudden runderen gehouden. De koeien zijn bovendien opmerkelijk door hun grote lichaamsomvang en hun overvloedige melkproductie. In sommige delen van Holland geven zij op zomerdagen wel vier en veertig ‘hemina’ melk (ongeveer 12 liter) per koe bij het melken.
Uit deze overvloed van voortreffelijke melk maakt men boter, niet alleen een voedsel dat – zoals Plinius zegt – bij barbaarse volkeren gebruikelijk is, maar ook een zeer gewaardeerde spijs voor koningen en vorsten.
Men vervaardigt er ook kazen die niet onderdoen voor die van Parma of Piacenza. De eerste plaats komt toe aan de kazen van Texel en ’s-Gravenzande, de tweede aan die van Edam, waarvan vooral de ouderdom wordt geprezen.
Ook brengt het land edele paarden voort. Op de zandige heuvels leeft een ontelbare menigte konijnen. Er zijn veel herten, damherten en hazen; in het Haagse bos bevinden zich kudden reeën en ook allerlei soorten wild, vooral eenden, ganzen en in de herfst de houtsnip en landpatrijzen.
Verder bezit het land een soort fossiele brandstof die uit de diepere lagen van de aarde wordt gewonnen; uit het water gehaald en door wind en zon gedroogd wordt zij als brandstof gebruikt (turf).
Ook de steden worden beschreven:
Haarlem is een zeer grote stad, beroemd om haar fraaie gebouwen en aangename ligging. Zij bezit de mooiste kerk van heel Holland, rustend op zeer stevige zuilen en uitkijkend over de markt. De rivier Spaarne stroomt door de stad. Men meent dat zij rond het jaar 506 door Friezen is gesticht. Aan deze stad wordt ook de uitvinding van de boekdrukkunst toegeschreven. Een andere roem van de stad is de verovering van Damietta in Egypte; als symbool daarvan bezit zij twee bronzen klokken die Damietta-klokken worden genoemd.
Amsterdam, tegenwoordig het voornaamste handelscentrum van de wereld, ontleent zijn naam aan de rivier de Amstel. In het begin bestond het slechts uit enkele hutten van vissers en stond het onder de rechtsmacht van de heren van Amstel. Later liet Gijsbrecht van Amstel de stad versterken met wallen, poorten en torens. Toen deze door vijandschap van naburen waren afgebrand, begon men haar in 1482 met een stenen muur te omringen. Sindsdien is de stad voortdurend gegroeid. Zij is nu niet alleen de stapelplaats van Holland, maar van alle omliggende landen tot aan de het gebied Sarmaten (volkeren van Oost-Europa / Polen / Rusland), Goten en Cimbren (noordelijke volkeren van Scandinavië en Jutland). In deze stad verblijven niet alleen Italianen, Spanjaarden, Portugezen, Britten, Schotten, Fransen, Zweden, Noren, Lijflanders en Duitsers, maar ook Amerikanen, oosterlingen, Moren en mensen uit bijna alle delen van de wereld.
Naarden is een stad van de Chauken (die onze mensen Gooiers noemen). Zij werd gesticht door Goedele, abdis van een klooster bij Altena, aan wie keizer Otto I dit gebied had geschonken; later ging het over in het bezit van de graven van Holland. Het stadje wordt grotendeels door wevers bewoond.
Muiden ligt bij de monding van de rivier Vecht en wordt vooral door vissers bewoond.
Weesp is aan één zijde door een muur omgeven en aan de andere zijde door de Vecht bespoeld. De gebouwen zijn voor de plaats vrij aanzienlijk. De burgers brouwen bier dat wegens zijn kwaliteit in heel Holland gezocht is.
Edam werd vroeger IJdam genoemd naar de IJ-stroom. In deze plaats bevindt zich een scheepswerf waar grote schepen met grote vakbekwaamheid worden gebouwd. De kaas uit deze streek wordt in heel Holland bijzonder gewaardeerd.
Monnickendam ligt één mijl van Edam en ontstond rond 1227. De naam komt van het nabijgelegen meer dat Monnickmeer heet.
Purmerend ligt bij het visrijke en uitgestrekte Purmermeer. De palingvangst was er vroeger zo overvloedig dat men speciale schepen met doorboorde scheepshuiden bouwde, zodat de paling levend kon blijven; zo werd hij met grote winst naar Engeland vervoerd. Over een zeemeermin die in 1480 in het Purmermeer gevangen werd, vertelt Hadrianus Junius een aardige geschiedenis in zijn Batavia.
Alkmaar ontleent zijn naam waarschijnlijk aan de vele meren waardoor het omgeven is (Al-meer). Anderen denken dat het van Alecmeer komt, dat wil zeggen een meer dat uit de samenloop van verschillende beekjes ontstaat.
Enkhuizen zou zijn naam hebben gekregen door de schaarste van huizen (einckel huysen). Het is een fraaie stad, door haar ligging goed verdedigd, aan de rand van het land bij de zee. Zij is beroemd door haar verre zeevaart en door de kunst van het haringzouten.
Hoorn dankt zijn naam aan de gebogen haven die als een hoorn is gevormd. Zij ontstond rond het jaar 1300, toen Deense kooplieden er met rundvee kwamen handelen; deze markt wordt nog steeds jaarlijks gehouden. Tegenwoordig is Hoorn de hoofdstad van West-Friesland. Aan de ene kant wordt zij door zee gevoed, aan de andere kant door vruchtbare velden en rijke weiden omgeven. De stad staat bovendien hoog aangeschreven om haar geleerdheid; men vindt er opvallend veel geleerde mannen, waaronder de al eerder genoemde Hadrianus Junius.
Medemblik is een kuststad, twee mijl van Hoorn verwijderd. Zij was vroeger de koninklijke zetel van Radboud, koning van de Friezen, die – zo zegt men – bij zijn doop de voet weer uit het doopwater trok toen hij hoorde dat zijn voorouders in de hel zouden zijn omdat zij geen christenen waren.
Prijs Euro 975,-




