Friesland, Vegelinkaart – Tobias van Dessel + Reinier en Josua Ottens, 1739
€9.500
MONUMENTALE WANDKAART VAN FRIESLAND – DE ‘VEGELINKAART’
“Nieuwe Caert van Frieslant. Vermeerdert en verbetert op ordre der Ed. Mo. Heeren Gedeputeerde Staeten”, uitgegeven door Reinier en Josua Ottens te Amsterdam en Tobias van Dessel te Leeuwarden in 1739, beter bekend als de ‘Vegelinkaart’. Kopergravure samengesteld uit zes bladen. In de tijd met de hand gekleurd. Afm. ca. 113,5 × 125 cm.
Deze monumentale pronkkaart ontleent haar naam aan Johan Vegelin van Claerbergen (1690–1773), grietman van Doniawerstal en lid van Gedeputeerde Staten van Friesland. Als grietman stond hij aan het hoofd van bestuur en rechtspraak van de grietenij, de Friese bestuurlijke eenheid die als voorloper van de latere gemeente kan worden beschouwd. In 1734 stelde Vegelin de Staten voor om een al decennia eerder begonnen, maar nooit voltooide wandkaart van Friesland alsnog uit te geven.
Voor deze kaart van Friesland heeft Bernardus Schotanus à Sterringa de eerste metingen verricht. Hij zou in 1698 een atlas uitgeven met grietenijkaarten, drie goënkaarten en een provinciekaart. Deze laatste vier kaarten verschenen echter niet. Schotanus wilde de kaarten van de drie goën in meerdere bladen uitbrengen, zodat zij gezamenlijk tot een grote wandkaart van Friesland konden worden samengevoegd. De Staten waren echter niet bereid de extra kosten van 6.470 gulden hiervoor te betalen en het project liep vertraging op. Bij Schotanus’ dood in 1704 bleven zeven slechts gedeeltelijk voltooide koperplaten achter.
De platen kwamen vervolgens in handen van François Halma, die in 1712 van de Staten opdracht kreeg de Schotanus-atlas van 1698 opnieuw uit te geven. De grietenijkaarten werden bijgewerkt en aangevuld en in 1718 verscheen de nieuwe editie. De goënkaarten werden daarin om onduidelijke redenen opnieuw niet opgenomen. In 1730 gingen de platen uit het bezit van de firma Halma over naar de Leeuwarder landschapsdrukker Tobias van Dessel. Vier jaar later bracht Vegelin van Claerbergen het oude plan opnieuw ter sprake. Gedeputeerde Staten verleenden daarop de opdracht aan Van Dessel en Reinier en Josua Ottens, die de bestaande platen verder uitwerkten, actualiseerden en voltooiden.
De cartografische inhoud is grotendeels gebaseerd op de grietenijkaarten uit 1698 en de verbeterde uitgave van 1718. Tegelijkertijd werden veranderingen verwerkt die zich sindsdien hadden voorgedaan, onder meer in Het Bildt, bij Bakkeveen en bij Langweer. De enorme hoeveelheid informatie van de afzonderlijke grietenijkaarten moest daarbij op een veel kleiner oppervlak worden samengebracht. Het resultaat is een bijzonder dicht kaartbeeld waarin steden en dorpen, buurtschappen, wegen, dijken, vaarten, rivieren, meren, venen, polders en andere landschapselementen tot in groot detail zijn weergegeven.
Ingenieus is de manier waarop de kaart werd geproduceerd. Er werden zeven bladen gedrukt: twee voor Oostergo, twee voor Westergo en drie voor Zevenwolden. Deze konden afzonderlijk worden uitgegeven als kaarten van de drie goën, of gezamenlijk als zeven losse bladen. Voor de grote provinciekaart waren slechts zes bladen nodig. Een van de bladen van Zevenwolden bevat uitsluitend Gaasterland, dat voor dit doel al op een blad van Westergo was opgenomen. Door de verschillende bladen langs aangegeven lijnen bij te snijden en de overlappende gedeelten te verwijderen, konden zij naadloos tot één kaart van heel Friesland worden samengevoegd.
De cartografie wordt omgeven door een uitzonderlijk rijke heraldische omlijsting. Bovenaan staat de titelcartouche onder het gekroonde wapen van Friesland, geflankeerd door twee leeuwen en omgeven door verwijzingen naar het Friese landschap en zijn bestaansmiddelen. Linksboven staat het wapen van Westergo, vergezeld door de wapens van de negen grietenijen; rechtsboven Oostergo met de wapens van zijn elf grietenijen. Rechtsonder verschijnt Zevenwolden met de wapens van de tien grietenijen. Linksonder zijn de elf Friese steden samengebracht. Putti dragen de gekroonde wapens aan zwierige linten langs de randen van de kaart. Zo vormt de heraldiek als het ware een bestuurlijk kader rond het geografische beeld van de provincie.
Ook de oorspronkelijke uitgavevoorwaarden onderstrepen het representatieve karakter van de kaart. Van Dessel kreeg toestemming de kaart gedurende vijf jaar uit te geven en moest aan de Staten honderd gekleurde exemplaren kosteloos leveren, naast nog eens zestien exemplaren die tegen betaling op doek werden geleverd.
De kaart van 1739 vormde daarmee de uiteindelijke verwezenlijking van een ambitieus cartografisch project dat Bernardus Schotanus tientallen jaren eerder was begonnen. De gedetailleerde kartering van het Friese landschap, de bestuurlijke indeling in goën en grietenijen en de uitbundige provinciale heraldiek zijn samengebracht in een van de meest indrukwekkende kaartbeelden van achttiende-eeuws Friesland.
Literatuur:
- J. de Rijke (2006) “Frisia Dominium – Kaarten van de provincie Friesland tot 1850. Geschiedenis en cartobibliografie.” Kaartnr. 63.
Prijs: Euro 9.500,-














