Indonesië, Straat Soenda, Sumatra en Java – Laurie and Whittle, 1794

€495

BRITSE ZEEKAART VAN DE STRAAT SOENDA, SUMATRA EN JAVA, MET KRAKATAU EN BATAVIA, 1794

“A New Chart for Sailing between the Straits of Sunda or Batavia, and the Straits of Banca and Gaspar”, kopergravure uitgegeven te Londen door Robert Laurie en James Whittle op 12 mei 1794 en opgenomen in hun zeeatlas “The East-India Pilot, or Oriental Navigator”. Later met de hand gekleurd. Afm. 50,8 × 68,6 cm.

Deze gedetailleerde achttiende-eeuwse zeekaart toont de vaarroute tussen de Straat Soenda, die Java van Sumatra scheidt, en de noordelijker gelegen Straat Banka en Straat Gaspar. De kaart omvat de zuidoostkust van Sumatra, de noordkust van West-Java met Batavia (het huidige Jakarta) en de zuidelijke toegangen tot de zeestraten rond het eiland Banka. Ook de vulkanische eilandgroep Krakatau, die in 1883 door een catastrofale uitbarsting grotendeels werd verwoest, is weergegeven.

Dit gebied vormde een belangrijke schakel in de handelsroutes tussen Europa en Azië. Schepen die vanuit de Indische Oceaan door de Straat Soenda voeren, bereikten de Javazee en konden via de Straat Banka of Straat Gaspar verder noordwaarts varen in de richting van de Zuid-Chinese Zee. De zeestraten vormden daarmee een toegang tot de handelsgebieden van Zuidoost-Azië en China. De navigatie was echter niet zonder gevaren: talrijke riffen, ondiepten, kleine eilanden en verraderlijke stromingen maakten nauwkeurige zeekaarten onmisbaar.

In de zeventiende en achttiende eeuw was de regio bovendien het toneel van een hevige handelsconcurrentie tussen de Nederlandse en Britse Oost-Indische Compagnieën. In 1602 vestigden de Engelsen een handelspost in Bantam op West-Java, destijds een belangrijke haven voor de internationale peperhandel. De Nederlanders vestigden zich eveneens in Bantam, maar bouwden vanaf 1619 hun eigen machtscentrum in het oostelijker gelegen Batavia uit. Tijdens een opvolgingsstrijd in het sultanaat Bantam steunde de VOC sultan Haji, die in ruil daarvoor belangrijke handelsrechten verleende. In 1682 kwam daardoor een einde aan de positie van de Britse Oost-Indische Compagnie in Bantam. De Britten richtten hun aandacht vervolgens onder meer op Bengkulu aan de westkust van Sumatra, waar zij in 1685 een nieuwe handelspost vestigden.

De kaart dateert uit de laatste jaren van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Batavia, weergegeven aan de zuidzijde van de kaart, was nog altijd het bestuurlijke en commerciële centrum van de VOC in Azië. Slechts vijf jaar na de publicatie van deze zeekaart werd de compagnie in 1799 opgeheven, waarna haar overgebleven bezittingen en bestuurstaken aan de Nederlandse staat werden overgedragen.

De kaart bevat een grote hoeveelheid informatie voor de zeevaart. Langs de kusten en rondom de talrijke eilanden zijn dieptepeilingen, zandbanken, riffen en andere navigatiegevaren aangegeven. Een uitgebreid netwerk van kompaslijnen maakte het mogelijk om koersen uit te zetten en de positie van een schip te bepalen. Behalve kustplaatsen en herkenningspunten zijn ook verschillende vaarroutes ingetekend, waaronder die van het Britse schip Carnatick, onder bevel van kapitein Le Stock Wilson, van North Watcher naar North Island in 1787. Linksonder bevindt zich een afzonderlijke detailkaart van de baai tussen North Island en de Three Sisters, eveneens naar opmetingen van Wilson.

De oorspronkelijke kaart werd samengesteld door de Franse hydrograaf Jean-Baptiste d’Après de Mannevillette (1707–1780), die in 1745 zijn invloedrijke zeeatlas Le Neptune Oriental had gepubliceerd. De kaart van de vaarroute tussen de Straat Soenda en de Straat Banka verscheen in de sterk uitgebreide tweede editie uit 1775. Voor hun Britse uitgave van 1794 namen Laurie en Whittle deze kaart als uitgangspunt en voegden zij nieuwe hydrografische gegevens toe, waaronder de vaarroute van de Carnatick.

De kaart illustreert hoe Franse en Britse hydrografische kennis werd gecombineerd om de drukbevaren, maar gevaarlijke wateren van de Indonesische archipel steeds nauwkeuriger in beeld te brengen. Tegelijkertijd vormt zij een historisch document van de internationale handelsroutes en de Europese aanwezigheid in Zuidoost-Azië aan het einde van de achttiende eeuw.

Prijs: Euro 495,-