Indonesië, Straat Banka – Laurie and Whittle, 1796

€495

ZEEKAART VAN DE STRAAT BANKA TUSSEN SUMATRA EN BANGKA, 1796

“Plan of the Straits of Banca”, kopergravure utgegeven te Londen door Robert Laurie en James Whittle op 1 januari 1796 en opgenomen in hun zeeatlas “The East-India Pilot, or Oriental Navigator”. Later met de hand gekleurd. Afm. ca. 47,5 × 33 cm.

Deze gedetailleerde achttiende-eeuwse zeekaart toont de Straat Banka, die het eiland Bangka scheidt van de oostkust van Sumatra. De zeestraat vormde een belangrijke schakel in de scheepvaartroutes tussen de Indische Oceaan, Batavia, de Straat Malakka en China. Door de vele eilanden, zandbanken en verraderlijke ondiepten was de navigatie echter bijzonder lastig. Nauwkeurige hydrografische gegevens waren daarom van groot belang voor de handelsscheepvaart.

Bangka was bovendien zelf een belangrijk handelsgebied. Het eiland behoorde destijds tot het sultanaat Palembang en ontwikkelde zich in de achttiende eeuw tot een belangrijk centrum voor de winning van tin. Een groot deel van de productie werd verhandeld via de Nederlandse VOC, maar ook Britse handelaren en Chinese kooplieden waren actief in de regio. De tinhandel droeg aanzienlijk bij aan het economische belang van Bangka en de omliggende wateren.

De kaart toont vrijwel het gehele eiland Bangka, destijds ook aangeduid als China-Bata, en de tegenoverliggende kust van Sumatra, met riviermondingen, kapen, baaien en talrijke kleinere eilanden. De omliggende wateren zijn voorzien van honderden dieptepeilingen, zandbanken, riffen, ankerplaatsen en andere informatie voor de navigatie. Het dichte netwerk van kompaslijnen maakte het mogelijk om koersen uit te zetten en schepen door de nauwe vaarwateren te loodsen.

Bijzonder interessant zijn de uitvoerige waarschuwingen en aanwijzingen voor zeevaarders. Zo wordt op de kaart een gevaarlijke ondiepte vermeld die volgens de samensteller op vrijwel alle andere zeekaarten ontbrak. Een afzonderlijke waarschuwing heeft betrekking op de lage oostkust van Sumatra. Deze was vanaf zee nauwelijks te onderscheiden, doordat vrijwel geen enkel hoger gelegen herkenningspunt boven de begroeiing uitstak. Bovendien konden de golven tot hoog in de bomen reiken, waardoor zeevaarders de afstand tot de kust gemakkelijk te groot inschatten.

Linksonder is een kustprofiel opgenomen van Monopin Hill, de huidige Bukit Menumbing aan de noordwestzijde van Bangka. Deze heuvel vormde een belangrijk oriëntatiepunt voor schepen die de Straat Banka naderden. Al eeuwen eerder gebruikten Aziatische zeevaarders deze markante hoogte om hun positie te bepalen en de toegang tot de rivier de Musi bij Palembang te vinden.

De kaart is gebaseerd op de opmetingen van kapitein Lloyd en de aanvullende waarnemingen van Bampton. De General Elliot was een zogenoemd country ship: een schip dat deelnam aan de handel tussen Aziatische havens, in tegenstelling tot de grote Oost-Indiëvaarders die de verbinding tussen Azië en Europa onderhielden. Dergelijke schepen leverden een belangrijke bijdrage aan de hydrografische kennis van de regio, doordat hun kapiteins tijdens hun handelsreizen vaargeulen, waterdiepten en navigatiegevaren in kaart brachten.

Dat deze informatie van levensbelang kon zijn, blijkt uit een voorval uit 1789. Tijdens een reis door de Straat Banka vernam kapitein Lloyd dat het Britse schip Vansittart, onder bevel van kapitein Lestock Wilson, bij het nabijgelegen Belitung op een rots was gelopen. Lloyd voer met de General Elliot, samen met het schip Nonsuch, naar de plaats van de schipbreuk. Hoewel de Vansittart inmiddels verloren was gegaan, wisten zij een groot deel van de kostbare lading te bergen. De gebeurtenis werd later beschreven door de beroemde Britse zeevaarder William Bligh in zijn Voyage to the South Sea.

Prijs: Euro 495,-