Nederlands-Brazilië, Paraiba en Rio Grande – Joan Blaeu, ca. 1662

2.150

Praefecturae de Paraiba, et Rio Grande “ kopergravure naar het ontwerp van Georg Marggrafe uitgegeven door Joan Blaeu rond 1662 als deel van diens “Atlas Maior”. In de tijd met de hand gekleurd. Afm.: 41,5 x 53,4 cm.

Tussen 1630 en 1654 was een deel van de noordoostelijke kust van Brazilië onder controle van de West Indische Compagnie (WIC). Een belangrijk deel van deze periode (1636-1644) was Johan Maurits van Nassau-Siegen gouverneur-generaal van Nederlands-Brazilië. Hij probeerde dit gebied tot centrum van de WIC te maken. Om die reden heeft hij ook de bijnaam ‘de Braziliaan’ gekregen. (Inmiddels is er overigens veel discussie over de figuur van Johan Maurits, vanwege zijn rol in de handel in slaafgemaakten en de suikerproductie in Brazilië.) Het Mauritshuis, dat hij na zijn terugkeer in Nederland liet bouwen, werd om zijn betrokkenheid bij de productie en handel in suiker ook wel het Suikerpaleis genoemd.

Om de geografie en cultuur, maar vooral ook de economische mogelijkheden van het gebied goed te leren kennen, liet Johan Maurits een uitgebreid gezelschap aan wetenschappers en kunstenaars naar Nederlands-Brazilië komen, om het land te onderzoeken, verkennen en te tekenen en beschrijven. De Duitse astronoom, natuurhistoricus en cartograaf Georg Marggrafe (1610-1644) was een van hen. Hij maakte in 1643 een geheel nieuwe kaart van Nederlands-Brazilië op basis van verkenningstochten die tussen 1640 en 1643 plaatsvonden. In 1647 verscheen die kaart voor het eerst in druk, in vier bladen bij uitgever Joan Blaeu.

Marggrafe tekende op zijn kaart steeds slechts een smalle strook land langs de kust. Dat is op zich niet zo opmerkelijk, omdat het Nederlandse gezag zich ook niet ver in het binnenland uitstrekte. Op deze gravure staan de zgn. ‘capitanias’ (kapiteinschappen) Paraíba en Rio Grande, aan de noordoostkust van Brazilië. De indeling van Brazilië in ‘capitanias’ was bedacht door de Portugezen om de bestuurbaarheid van het gebied te bevorderen. De Portugese overheid gaf de ‘capitanias’ aan particulieren in beheer.

Joan Blaeu nam de kaarten van Marggrafe op in zijn atlas, maar voegde er ook nog iets aan toe. Om de levendigheid van het kaartmateriaal te vergroten en de lege plekken in het binnenland op te vullen, kopieerde Blaeu Braziliaanse taferelen van landschapsschilder Frans Post. Zo zien we op dit blad een afbeelding van een dorp met een kerk, en Braziliaanse Indianen die voor de Nederlanders werken. Linksboven de achterzijde van de suikermolen van Blaeu’s kaart van Pernambuco en Itamaracá. Onder het kaartbeeld het verdere verloop van de zeeslag tussen de Nederlanders en de Spanjaarden in 1640 op 13, 14 en 17 januari.

De kaart toont de kapiteinschappen Paraíba en Rio Grande, twee noordelijke kustgebieden die na hun verovering door de WIC deel uitmaakten van Nederlands-Brazilië.

Het kapiteinschap Paraíba ontstond na de verdrijving van de Fransen in 1584. De Portugezen bouwden er een stad, legden suikerrietvelden aan en ontwikkelden de suikerproductie. Volgens Blaeu waren er achttien of negentien suikermolens, die jaarlijks ongeveer 150.000 arroben (ca. 2250 ton) suiker verwerkten en uitvoerden.

De stad Paraíba lag enkele mijlen landinwaarts aan de rivier, maar was nog goed bereikbaar voor schepen. Eerder woonden hier ongeveer vijfhonderd Portugezen, maar bij het verschijnen van de kaart was de bevolking inmiddels veel groter, naast talrijke “Wilden” en “Swarten”. De stad was aanvankelijk open, maar werd later met een eenvoudige wal omgeven toen de dreiging van de Hollanders toenam. Een eerdere Hollandse aanval op het fort bij Cabedelo mislukte, maar in 1635 veroverden zij zowel de stad als het fort. Later gingen deze bezittingen, net als de andere Hollandse veroveringen in Brazilië, weer verloren.

Langs de rivier lagen molens, pakhuizen, huizen en kleine dorpen. Het gebied gold als vruchtbaar; er groeide onder meer brazielhout, dat door ververs werd gebruikt.

Het kapiteinschap Rio Grande (het latere Rio Grande do Norte) ontleent zijn naam aan de grote rivier die door de inheemse bevolking Poteingi werd genoemd. Ook hier kwamen de Fransen aanvankelijk aan land, in bondgenootschap met lokale groepen. Om hun aanwezigheid terug te dringen kreeg de gouverneur van Paraíba, opdracht hen te verdrijven. Na conflicten met de Fransen en hun inheemse bondgenoten werd aan de oever van de Rio Grande een versterkt fort gebouwd.

Blaeu gaf deze kaart voor het eerst uit als deel van Casparus BarleusRerum per octennium in Brasilia” in 1647. Toen de Atlas Maior in 1662 op de markt komt, was de Nederlandse zeggenschap in Brazilië dus al voorbij.

Prijs: Euro 2.150,-