Suriname – Hendrik de Leth naar Alexander de Lavaux, ca. 1758

5.750

Algemeene Kaart van de Colonie of Provintie van Suriname met de Rivieren, Districten, Ontdekkingen door Militaire Togten, en de Grootte der gemeeten Plantagien “. Kopergravure in 6 bladen vervaardigd ca. 1758 door Hendrik de Leth naar het ontwerp van Alexandre de Lavaux. Later met de hand gekleurd. Afm. ca. 109 x 109 cm.

In 1731 drongen de directeuren van de Sociëteit van Suriname er bij de gouverneur op aan om een kaart te laten maken, met als doel een beter beeld te kunnen verkrijgen van de ligging en het aantal plantages, de omvang ervan en wie de eigenaren waren. Er werd een landmeter aangesteld en plantage-eigenaren werd gelast zelf hun bezittingen in kaart te brengen. Maar de plantagehouders voldeden hier niet aan en de aangewezen landmeter bleek ongeschikt voor zijn taak, waardoor het hele plan in duigen dreigde te vallen. In 1734 meldde zich echter Alexander de Lavaux (1703/04-na 1744), een gezworen landmeter van de provincie Suriname en vaandrig bij de Sociëteit.

De Lavaux had al twee jaar gegevens verzameld voor een kaart en bood zijn diensten aan, welke door de directeuren van de Sociëteit met groot enthousiasme werden aanvaard. Door tegenwerking van plantagehouders en andere tegenslagen duurde het nog geruime tijd voor De Lavaux zijn kaart kon laten drukken, maar in 1737 was het zover. De kaart kon worden voorzien van een sierrand met Surinaamse producten, met daartussen de wapens van de elf directeuren en de secretaris van de Sociëteit van Suriname, en onderaan het wapen van de Sociëteit met een indiaanse en een donkere man als schilddragers.

In 1742 maakte Hendrik de Leth een kleinere versie van de kaart in twee bladen en rond 1758 ook een exemplaar in vier bladen met een groter kaartbeeld, daaraan kon een strook met plantageigenaren toegevoegd. Die kaart zien we hier.

Onmiddellijk springt in het oog hoe cruciaal de natuurlijke omstandigheden zijn voor de exploitatie van de kolonie: alle plantages in de binnenlanden zijn gelegen aan rivieren. Over land, door ondoordringbaar regenwoud, waren de plantages volstrekt onbereikbaar. De kaart omvat in het bijzonder het cultuurgebied langs de Suriname- en de Commewijne-rivier. Er zijn 436 plantages op aangegeven, die genoemd worden in de legenda, vergezeld van opgaven over oppervlakten en eigenaars.

In de binnenlanden zien we brandende ‘wegloopers dorpen’ en andere getuigenissen van acties tegen de marrons waarbij De Lavaux betrokken is geweest. Om de plantages te beschermen tegen deze ‘vyandige wegloopers’ is er omstreeks 1750 een verdedigingslinie gepland, het zogenoemde Oranjepad (‘De Grooten Oranje Weg’), die van de Suriname-rivier westwaarts (op de kaart naar rechts) naar de Saramacca loopt en oostwaarts naar de Commewijne. Alleen het westelijke deel is aangelegd in 1750-1751, het oostelijke deel is nooit gerealiseerd.

Op de kaart staat een groot decoratief cartouche met het gekroonde wapen van de Staten-Generaal, dieren en planten, alsmede het wapen van Amsterdam, van de West-Indische Compagnie en van Cornelis van Aerssen (gouverneur van Suriname vanaf 1683, zijn familie bezat een derde van de kolonie tot 1770) en het ‘SS’ monogram van de Sociëteit die Van Aerssen had opgericht, alles onder het motto “Justitia Pietas Fides” [Gerechtigheid, Vroomheid, Trouw].

De Lavaux kreeg voor zijn inspanningen niet de erkenning die hem was toegezegd, of waarop hij recht meende te hebben. Hij wilde verhaal halen bij de directeuren van de Sociëteit in Holland, maar kreeg problemen omdat zijn terugreis naar Europa onder meer langs het Engelse Saint Christopher Island voerde. Zijn oponthoud daar werd opgevat als desertie, waarvoor De Lavaux zwaar werd gestraft, al zijn inspanningen en kennis van Suriname ten spijt.

Prijs: Euro 5.750,-