IJs- en wintergezichten
De Lage Landen kenden vele vinnig koude winters. Kou die “deur vel en vleesch passeerde”. Binnenwateren en rivieren konden potdicht gevroren zijn en tot maart met een dikke ijskorst bedekt. Havens zaten dicht. De Zuiderzee werd met sledes en wagens overgestoken. Soms zwierven wolven rond op zoek naar prooi. De prijzen voor etenswaren stegen tijdens de winterperiode tot onwaarschijnlijke hoogte. Er was gebrek aan turf, hout en kolen en vooral aan vers water. Werk was moeilijk te vinden. Er stierven heel wat mensen van de kou. Ellende overheerste.