Nagasaki, Dejima – Bunkindō, 1821

3.150

NAGASAKI KAART MET VOC FACTORIJ DEJIMA, 1821

Hishū Nagasaki zu”, houtsnede met originele gestencilde kleuren (kappa-zuri), uitgegeven in 1821 door Bunkindō, een van de vier belangrijkste uitgeverijen van Nagasaki-prenten in de Edoperiode. In het colofon wordt vermeld dat de kaart oorspronkelijk werd uitgegeven in 1802 (Kyōwa 2) en in 1811 (Bunka 8) in herziene vorm opnieuw werd uitgebracht. De blokken bleven nadien in gebruik; dit exemplaar behoort tot een druk uit 1821 (Bunsei 4). Afm. 65,8 x 88,4 cm.

De kaart is diagonaal georiënteerd, met het noorden in de rechterbovenhoek. Deze compositie maakt het mogelijk de schepen overtuigend weer te geven, zodat zij horizontaal de haven in- en uitvaren. Daarmee komt ook de Nederlandse factorij Dejima (出島), het waaiervormige kunstmatige eiland van circa 70 bij 210 meter, centraal in beeld te liggen. Daaronder, niet ver van Dejima, bevindt zich de Chinese factorij.

Linksonder op de prent is een uitgebreide afstandstabel opgenomen met trajecten van Nagasaki naar andere steden en regio’s, zowel over land (陸) als over zee (海). Zo wordt de afstand naar Osaka gegeven als circa 197 ri over land en 235 ri over zee. Daarnaast bevat de kaart een tweede, meer gedetailleerd overzicht van lokale routes rond Nagasaki, met verbindingen naar onder meer Ōmura, Mogi en Togitsu.

Na de verdrijving van de Portugezen uit Japan mochten uitsluitend Chinese en Nederlandse schepen het land nog aandoen, waarbij Nagasaki de enige toegestane haven was. Dejima werd in 1641 de handelspost van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en vormde tot het midden van de negentiende eeuw het enige directe contactpunt tussen Japan en Europa.

Op de kaart is Dejima schematisch weergegeven: een omheind eiland met enkele gebouwen en opslagplaatsen, verbonden met het vasteland door een brug. De Nederlandse aanwezigheid wordt gesymboliseerd door een vlag. Het leven op het eiland was streng gereguleerd en geïsoleerd; de bewoners mochten het slechts verlaten voor de verplichte jaarlijkse hofreis naar de shogun in Edo (het tegenwoordige Tokio). De bezetting bestond doorgaans uit een opperhoofd, een tweede koopman, enkele onderkooplieden en een aantal assistenten, waaronder een arts.

Er verscheen een iets kleinere versie van deze kaart 40 jaar later, aan het eind van de Jaren 1860, toen meer buitenlandse handelaren in Nagasaki waren neergestreken.

Deze kaart behoort tot het type zogeheten Nagasaki-e: houtsneden die in de Edoperiode (1603–1868) werden vervaardigd voor een Japans publiek dat gefascineerd was door de beperkte maar zichtbare aanwezigheid van buitenlanders. Schepen, handelsposten en exotische gebruiken vormen dan ook terugkerende motieven. Dergelijke prenten werden vaak als souvenir gekocht door binnenlandse reizigers. Vanwege het kwetsbare papier en het intensieve gebruik zijn goed bewaard gebleven exemplaren tegenwoordig zeldzaam.

Prijs: Euro 3.150,-