Stelling Den Helder – Van Meurs naar Plantenga, 1879

650

“Stelling van Den Helder”, steendruk vervaardigd door M. van Meurs naar ontwerp van M.H.J. Plantenga, gedrukt in 1879 door A.J. Bogaerts in opdracht van de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Later met de hand gekleurd. Afm. 53,5 × 64,6 cm.

De Stelling van Den Helder was een samenhangend stelsel van verdedigingswerken ter bescherming van de marinehaven en het zeegat van het Marsdiep, waarvan de strategische kwetsbaarheid al was gebleken tijdens de Engels-Russische invasie van 1799 en die in de loop van de negentiende eeuw leidde tot de uitbouw van Den Helder tot een zwaar versterkt maritiem bolwerk.

De Stelling bestond uit een combinatie van kustbatterijen, forten, inundatiegebieden en dijken, die samen zowel aanvallen vanaf zee als vanuit het land moesten afweren. Centraal daarin stond de marinehaven van Den Helder, sinds het begin van de negentiende eeuw uitgebouwd tot hoofdsteunpunt van de Nederlandse oorlogsvloot. Beheersing van het Marsdiep was daarbij van cruciaal belang: een vijand die hier doorbrak, zou directe toegang krijgen tot de Zuiderzee en daarmee tot het hart van Nederland.

Net als bij andere Nederlandse verdedigingslinies speelde water een sleutelrol. Grote delen van het omliggende land, waaronder de Zijpe, Wieringerwaard en delen van West-Friesland, konden bij dreiging onder water worden gezet. Deze inundaties maakten een vijandelijke opmars te voet of met zwaar materieel vrijwel onmogelijk. De hogere gronden, dijken en wegen vormden kwetsbare doorgangen en werden daarom onder vuur genomen door forten en batterijen. In militair jargon werden deze doorgangen aangeduid als accessen.

De forten en kustbatterijen waren zo gepositioneerd dat zij elkaar met kruisvuur dekten, zowel over land als over zee. Vanaf Texel, langs de kop van Noord-Holland tot aan Enkhuizen aan de Zuiderzeekust, ontstond zo een verdedigingsgordel die het noordelijk deel van het land moest afsluiten voor vijandelijke invallen. De aanwezigheid van zandbanken, geulen en wisselende waterdiepten in het Marsdiep werd daarbij tactisch benut om vijandelijke schepen te kanaliseren.

In geval van oorlog zou het veldleger zich achter de inundaties en forten terugtrekken, terwijl de marine vanuit Den Helder opereerde. Binnen de Stelling moesten voldoende voorraden aanwezig zijn om langdurige verdediging mogelijk te maken. De combinatie van landverdediging, kustartillerie en vlootondersteuning maakte Den Helder tot een van de zwaarst versterkte militaire gebieden van Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Hoewel de Stelling van Den Helder nooit daadwerkelijk in gevecht is ingezet, was zij lange tijd van groot strategisch belang. Samen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie en later de Stelling van Amsterdam vormde zij een gelaagd verdedigingssysteem, dat Nederland moest beschermen tegen zowel maritieme als landgebonden bedreigingen. Tegen het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw verloor de Stelling geleidelijk haar militaire betekenis door technologische ontwikkelingen zoals brisantgranaten, langere schootsafstanden en de opkomst van de luchtvaart.

Prijs: Euro 650,-