Nederlands Berbice (Guyana) – Reinier & Josua Ottens, 1740
DE NEDERLANDSE KOLONIE BERBICE (HUIDIG GUYANA) “Nieuwe Gemeten Kaart van de Colonie de Berbice met der zelver Plantagien en de…
Lees verder
DE NEDERLANDSE KOLONIE BERBICE (HUIDIG GUYANA)
“Nieuwe Gemeten Kaart van de Colonie de Berbice met der zelver Plantagien en de Namen der Bezitters”, kopergravure uitgegeven door Reinier en Josua Ottens in 1740. Afm. ca. 48,6 x 96,5 cm. In de tijd met de hand gekleurd.
De Nederlandse kolonie Berbice ontstond in de vroege zeventiende eeuw als een particuliere onderneming aan de gelijknamige rivier, ten westen van de Corantijn. In 1624 vestigden de Vlissingse kooplieden Abraham van Pere en Pieter van Rhee hier een kleine handelspost. Drie jaar later kwam een overeenkomst tot stand met de Kamer Zeeland van de West-Indische Compagnie, waarmee Berbice de status kreeg van een patroonschap. Daarmee ontwikkelde de nederzetting zich geleidelijk tot een plantagekolonie, gericht op de export van suiker, koffie en katoen, gedragen door gedwongen arbeid van tot slaaf gemaakten.
Het bestuurlijke en militaire hart van de kolonie werd gevormd door Fort Nassau, opgericht in 1627, ongeveer 88 kilometer landinwaarts langs de Berbice (in het midden op de kaart). Het fort werd aanvankelijk particulier beheerd door de familie Van Pere. Omstreeks 1630 werd het complex verplaatst naar een strategisch gunstiger locatie, waar een nieuw fort werd aangelegd met aarden wallen en houten palissaden. In de loop van de zeventiende eeuw werd Fort Nassau meerdere malen uitgebreid en versterkt.
De kolonie lag bloot aan aanvallen van kapers en vijandelijke mogendheden. In 1665 wist commandeur Bergenaer, met steun van inheemse bondgenoten, een Engelse aanval af te slaan. Ernstiger waren de Franse invallen aan het eind van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw. In 1689 richtten kapers onder Jean du Casse grote schade aan langs de rivier, waarna een brandschatting van 20.000 gulden werd betaald. In 1712 volgde een nieuwe aanval onder Jacques Cassard, waarbij de kolonie slechts aan totale verwoesting ontsnapte door betaling van een enorme som van 300.000 gulden in geld, goederen en tot slaaf gemaakten. In datzelfde jaar werd Fort Nassau verwoest.
De financiële gevolgen bleken fataal voor de erfgenamen van de oorspronkelijke patroons. Hoewel Berbice in 1678 door de West-Indische Compagnie als erfelijk leen was toegekend aan de erven Van Pere, zagen zij zich na 1712 gedwongen de kolonie te verkopen. In 1720 kwam Berbice in handen van een consortium van Amsterdamse kooplieden, die de Sociëteit van Berbice oprichtten. Vanaf dat moment werd de kolonie bestuurd door een gouverneur namens deze particuliere handelsmaatschappij.
Tijdens de slavenopstand van Berbice van 1763 werd Fort Naussau definitief verwoest. Daarop werd een bestaand fort bij de monding van de Berbice uitgebreid en versterkt. Met de naam Nieuw-Amsterdam werd het ook de nieuwe residentie van de gouverneur.
In 1782 werd het gebied door de Engelsen bezet, maar nog in datzelfde jaar heroverd door een Frans eskader en bij de vrede aan de Republiek teruggegeven. Na de Franse Tijd hebben de Engelsen de kolonie niet meer teruggegeven.
Prijs: Euro 850,-

