Wateroorlog 1793 – Johannes Pickee naar Carel Frederik Bendorp
Verdedigingslinie aan het Hollands Diep bij Moerdijk: wateroorlog in het voorjaar van 1793 “De canonneer-chaloupen en andere Vaartuigen, in de…
Lees verder
Verdedigingslinie aan het Hollands Diep bij Moerdijk: wateroorlog in het voorjaar van 1793
“De canonneer-chaloupen en andere Vaartuigen, in de Dordrechtsche Kille, op den 29sten maart 1793” en “De vloot gewapende pinken, voor den Moerdyk Strykende, op den 5den April 1793“. Pentekeningen vervaardigd rond 1795 door Johannes Pickee naar gravures van Carel Frederik Bendorp. Afm. (papier): elk 20 x 25,3 cm.
Toen in het vroege voorjaar van 1793 de Franse revolutionaire legers vanuit Brabant noordwaarts opdrongen, werd de Republiek plotseling geconfronteerd met de kwetsbaarheid van haar zuidelijke verdedigingslijn. De zwaar versterkte vesting Willemstad, gelegen op de kruising van het Hollands Diep, het Volkerak en de toegang tot de grote rivieren, vormde in die chaotische weken het spilpunt van de verdediging van Holland. De strijd voltrok zich niet alleen op het land, maar vooral op het water—tussen zandplaten, killen, getijdenstromen en ondiepe vaargeulen.
Terwijl de Fransen in februari en maart de Brabantse vestingen Klundert en Steenbergen onder druk zetten en verkenningen richting Moerdijk uitvoerden, werden vanuit Dordrecht, Rotterdam en Gorinchem haastig bewapende binnenvaartschepen bijeengetrokken. De Republiek had geen vloot in klassieke zin paraat voor deze binnenwateren, dus herschiep men bestaande rivier- en kustvaartuigen tot een lichte, wendbare strijdmacht. De twee tekeningen getuigen van deze noodvloot, op het moment dat zij zich verzamelde en bewoog in reactie op de vijandelijke dreiging.
Een eerste momentopname daarvan vinden we in de voorstelling “De canonneer-chaloupen en andere Vaartuigen, in de Dordrechtsche Kille, op den 29sten Maart 1793.” In de stille spanning vóór de beslissende confrontaties zien we de Staatse chaloupen, lange roeischepen met een enkel boegkanon, manoeuvreren in de nauwe waterweg tussen Dordrecht en het Hollands Diep. We zien roeiers onder bevel, officieren die overleggen, ondersteunende transportschepen die tussen de chaloupen liggen. Alles wijst erop dat men zich gereedmaakt om snel uit te rukken bij een Franse poging om via Moerdijk of het Hollands Diep door te breken richting Holland. De Dordtsche Kil fungeerde zo als een verzamelpunt van waaruit men zowel Willemstad kon ondersteunen als een eventuele vijandelijke oversteek kon verhinderen.
Slechts een week later is de toon veranderd. De tweede tekening, “De vloot gewapende pinken, voor den Moerdyk strykende, op den 5den April 1793,” toont de Staatse watermacht in beweging, niet langer wachtend maar patrouillerend en zichtbaar aanwezig om de vijand af te schrikken. De pinken, kleine maar sterk gebouwde kustzeilers, vormen een lange rij die voor Moerdijk voorbijtrekt—een plek van strategisch belang, waar het land smal is en een overtocht naar Holland denkbaar was. De schepen voeren Staatse vlaggen, bemanningen staan paraat en op de voorgrond schuift een roeiboot met soldaten richting een groter vaartuig. Deze scène vangt de dynamiek van een oorlogsdag waarop de strijd niet in directe confrontaties werd beslist, maar in het vasthouden van posities, het tonen van slagkracht en het verhinderen dat de Fransen het water zouden beheersen.
Ondertussen hield Willemstad zelf stand. Van 27 februari tot 15 maart 1793 hadden de Franse troepen vergeefs geprobeerd de vesting te isoleren en tot overgave te dwingen. De verdediging, geholpen door inundaties en de voortdurende mogelijkheid om via het water bevoorraad te worden, brak de Franse druk. Toen de Fransen zich begin april terugtrokken, bleef het gebied rond het Hollands Diep gespannen, maar de onmiddellijke dreiging leek geweken. De voorstellingen van 29 maart en 5 april tonen hoe de Republiek zich met improvisatie en inventiviteit verdedigde op het water dat altijd haar natuurlijke bondgenoot was geweest.
Hoewel de Staatse watermacht in het voorjaar van 1793 met succes de Franse druk weerstond en Willemstad standvastig overeind bleef, bleek deze overwinning slechts een tijdelijke wending in een veel grotere storm. Twee jaar later keerden de Franse legers terug, ditmaal gesteund door een strenge winter die de waterbarrières onbruikbaar maakte en door politieke omwentelingen binnen de Republiek zelf. In januari 1795 stortte het oude staatsbestel vrijwel zonder slag of stoot in, de stadhouder week uit naar Engeland en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen.
Prijs: Euro 1.650,- (samen)

